:367
Vlamingen. Tijdens de Spaansche Fusie, — wat was dat? — gevlucht! Dat had hij zelf weer uit boekjes. Want ja, hij heb geleefd in de zeventiende eeuw! Vroeger, toendertijd, waren het allemaal Poolsche en Duitsche Jidden. Die leerden 't vak, en hoé! Ze leerden het zoo, dat ze geregeld al de gojem verdrongen,.. Zoo gaf hij gezicht op den tijd, Maurice Peereboom... En Fransch sprak hij, geregeld als een minister. Ook hij had een ruime fabriek en liet werken, al deed onder-en-tusschen, hij het eigenlijk op kosten van een heel rijk man in Parijs. Hij droeg zelf een knikker van een oosterschen robijn, heelemaal karmozijnrood, met een stillen gloed als een hemel na zonsondergang. Hij was een groot kenner en schatter van blauwe, gele, groene en weêrglans-steenen, al vóór den Kaapschen tijd. God, God, wat al niet naar die fabriek trok. Hofstoeten... Geregeld gekroonde Hoofden! En niet alleen door schijnheilige vleierij van Peereboom, die in zelfaanbidding knielde voor ,,zijn eige"... Eens, de ontzetting, de schrik, maar ook de lach, toen de Sjah van Perzië, bij het bezoek, of liever bij het verlaten der slijperij, een tobbe met morsig bluschwater, van een baldadig ,,stuk pes" van een versteller, over het koninklijke hoofd uitgesmakt kreeg. Het heele Ghetto stond overeind, tranen te lachen. Toch was het een ontoerekenbare boevenstreek van half-brooddronken lol-makers. Een echte garpeneschant voor de Israëlieten...
En had op de slijperij van Peereboom de vader van Henri, Sallie Rozenheim, de befaamde kunstslijper, eerelid van het Diamantwerkers Weezen fonds, niet zijn wonderen gewrocht? Hij fabriceerde, onder stralende facetten-schittering van kostbare steenen, toevallig grillig-gevormd, slanke scheepjes, geschubde vischjes van diamant met robijnen oogjes, fonkelende lantaarntjes, fijngebogen hengselkorfjes, opgezwollen luchtballonnetjes met-mandjes-en-al, dolkjes en prach-tig-gemonteerde vlinders, de glinstervleugels van schildenvuur of vlam-opaa 1. Sallie Rozenheim sleep en bewerkte allerlei phantastische juweel-modellen, op Peereboom's fabriek. Zoo groot in zijn branche als Voorzanger, Koe, Barents in hun branche. Maar wie
Gojiem: Christenen. — Garpeneschant: schande.