:363
voeren er wel bij. Alleen Elie werd heimelijk uitgemaakt voor ״blompotter"
Nog steeds weerden zij de geweldige soesbakken van gedreven zilver en de wandelstokken met goud-gegraveerde knoppen... Nog steeds bleef Jonas bij zijn oude meubeltjes en weigerde hij damasten tafellakens zich „anteschafte". Bij hem liep je niet op tapijten, waar je zoo de overwoekerende rozen en vurige magnolia's stuktrapte onder de voeten, maar je kuierde gewoon over een knap zeil. Des te meer behield hij voor het koopen van grondstof. Jonas werkte voor zichzelf, met veel molens en veel knechten, en ook voor bazen; echte druktemakers. En hij verdiende al meer, al meer. Het brassen en brullen en tippelen om hem heen hield aan, maar lokte hem nóg niet. Dan maar geen gloeiende blommen en parktuinen op tapijten, die glommen als ingelegd parelmoer. Dan maar geen tropische schilderstukken tegen de roodbehangen muren... Want van al die bluffers bleef alleen wind. Dié begon en viel. Een ander hernieuwde en tuimelde weer omver. Niet één van al die zelf-opblazers bleef staan!... Was geen mazzel, geen broge aan het goed... Bij hém en bij Elie en nog een paar goochemers wél. Maansjene! Bijna zes jaar hield het sprookje stand. En de kermis woelde en joelde door, oorverdoovend schel en hoog uitvlammena, vrij en frank!...
Eindelijk zonk het lawaai in; klonken de geruchten vager, meer uit de verte. Er blonken nog wel overal armbanden, oor-pendeloques en broches in café's, opera's, op concerten, gemaskerde Poerim-bals. In „Artis" dook wel het puik der Kapers op, maar met schuchterder gebaren en door trager lusten opgejaagd. Het Syndicaat, De Beers Compagny, begon te heerschen. De loonen daalden; de goederen werden al sappeliger om te bewerken en de concurrentie bracht onderkruiperij, vinnige verwarring. Een chaos ontstond. De uiteengerukte carroussels konden niet vrij meer draaien. Er lagen tusschen as, wentelpaal, paarden, leeuwen en fluweelen schommelbakken, zwaargewonden, kreunenden en gesneuvelden. Je zag
Blompotter: een verruiler van diamantjes die hij te be-wterken kreeg. Steen van een zeker gewicht inruilen voor steen van een minder gewicht en mindere kwaliteit. — Broge (hier): geluk. — Maansjene: komt er op aan!•