:362
goud-op-sneê. De bierknijpen vol Kapers met handen en vingers van bankpapier en riekend naar vóórloop. Portiers en uitsmijters werden geregeld huisjesmelkers van haarlie wanstaltige fooien...
Affijn,... alles was toen ook tot zijn hoogstens glans gestegen.
Jonas Fontein had toendertijd een verstandigen Christen vriend ontmoet, — buiten het vak, ■— in de Liedertafel ,,Oefening baart Kunst", met wien hij meezong; die zijn belangrijke, gespaarde sommen hem wou helpen beleggen. Was ook aan geen doovemansdeur gebeld! Van geldbanken en rente-profijt wist Jonas toendertijd maar luttel. Door zijn vriend's bemiddeling had Jonas al twee huisjes gekocht. Heel omzichtig, immer de kat uit den boom kijkend, zoodat hem niets kon ontslippen. Door hulp van den Christen, in-eerlijke vriend, kon Fontein deze eigendommetjes, na een half jaar al, met eenige duizenden winst van de hand doen. Nou bezat hij ook al een schip op de Nijl! Toen had Jonas, in overleg met Elie Zoethout en diens Tood-schen raadgever, even érg waaghalzerig gespeculeerd. Verbijsterend gelukkig. Ze waren er zelf heelemaal onderst boven van. Ze hingen de flappervlag uit. Maar tot ontstelling van den slimmen adviseur, — vraag voor wat? — bleek Jonas er niet meer toe te bewegen, met nieuwe speculaties verder te gaan...
—■ Al breek je de sluizen voor me oogen af... bij mijn moeder-zaliger... ik doe 't niet! Zoo hou ik wat ik heb, zelfs me fatsoen. Daarmee uit!...
En ze sloegen er een klap-kan bier op in, gingen 's avonds lachend naar Willem van Zuylen, lieten de gokkers krioelen en zich toetakelen naar eigen lust en inval.
De drentelende raadgever, nakkedikker, stond ge-patterd.
Jonas ging eigen werk maken, — zükke knikkers! — en lachte breed om alsoort van gekke fondsen, Per-sianen en Turken, die telkens duikelden en weer opsprongen. En Elie Zoethout speelde een leuke spotpantomime met de vingers en deed als Jonas. Ze
Vóórloop: spiritus. — Nakkedikker: armoedzaaier. — Ge■ patterd: »weggewerkt. — Knikkers: grof goed.