:354
zeggen?... Een Eldorado! Dat was, alsof je zoo maar een prachtige kat het huis van een bontwerker injoeg. Dat kón Excellentie Siegfried niet zoo meevoelen. Die had aandeelen in ״Trianon". Och, dat bleef een wonder van een tijd, die nooit weerkeerde. Toén was alles nog aan het opbloeien: wist je niks van zagerij en behoorlijke schafttijd. Alleen verdiénen... en hoé... verblindend! Stukken, stukken geld verdiende hij, al op zijn zestiende jaar als Kapertje! Maar hij had niets roekeloos weggesmeten en liet zich door niemand inzeibelen of besjikkeren. Jonas was zuinig gebleven, zelfs als meesterknecht. Hij had niet woest gezwelgd en niet dol verbrast in „Victoria" en toch, op zijn manier, pleizier gemaakt en meegenoten. Hij nu het meest van ope-rette's en tooneelstukken en opera's,... zijn gróótste liefhebberij... Zoo kwam hij er ook, al was net voet voor voet en pochte hij niet, den Regent te hebben versteld.
Och, een loupe-zuiver sprookje was het geweest; geregeld een sprookje uit een oud boekje. En godde-lijk-gezellig, goddelijk onder-mekaar. En nooit afvallig, al werd er tot in den nacht gezwoegd! En niks geen sjniks en geen drukte en gezanik over Vakvereenigingen; niks geen reglementen, geen loontarieven en geen Bondsleden en geen Juweliersclubs. En hijzelf nog lang geen werkgever. Wat een tijd... een sprookje! Nog heel anders dan de Oweeërs en oorlogswinstmakers van eenige jaren her. Die waren zoo vér, dat haarlie kiezen zéér deden in de broodjes-met-vleesch-winkels.
In den Kaapschen tijd kon alles worden geslepen. Je hoorde alléén maar vraag naar geslepen, geslepen. Voor Amerika! Éérst geen partijtje, geen steentje... melaize op melaize,... toén, ineens, bergen diamant. Ineens was er een patsj naar de hoogte, door het ontdekken van de Kaapsche diamantmijnen. Heel Amsterdam leefde op, laaide, wemelde op! Och, och, het was geregeld om te duizelen geweest. Geslagen vijanden van mekaar, zag je plotseling ize megiere... Doodstervendarme krotbewoners, hongerige krasmeeuwen kregen zóó maar het goud in
Inzeibelen: erin laten loopen. — Regent: beroemde groote diamant; eens eigendom van Napoleon. — Ize megiere: steeds bij elkaar.