:353
hield óók 200 van Henri. Ze had het zwaar op hem geladen! Stel je voor, een vrouw van achten2estig! Ze keek nog geregeld verliefd naar Henri op! Door dik en dun ging ze met hem. Ze vond hem net ״Faust",... als ie 2ingt tegen Maggereta... ik staan u ter2ijde, ik 2al u bevrijde... Noh... noh!... Gein, gróóte gein! Zoo Naren nou de vrouwen,... altijd op t kantje van 'n ander, en als je het 2ei, kreeg je een krab en een krauw!
Jonas Fontein gichelde vernuftige binnenpretjes in 2ich2elf uit. Hij dacht aan Poerim, aan Esther en Mordechai en of 2e in de Hel met turf of met steenkolen stookten...
Ineen 2uchtte hij weer, alsof ieder herinneren hem zeer deed. Alles, alles was 200 veranderd in het vak! Geregeld een museum was het hier, bij Henri... Wat 'n pracht van schilderstukken. Hij had er geen intersiek verstand van. Hij maakte met zichzelf geen
kiboedim...... maar rijk was 't!...... Eén deftigheid, al
deftigheid. Je hoorde hier je eigen schoenen onbetaald kraken... Portiers-met-blazoenen, drie! Huisknechten, twee. Chauffeurs, drie; twee voor de zaak, een voor Henri... Eén en al fijnheid, grootheid en standing. Hoe bleef je er gezond, bij? Paaschavond nog, had hij met zijn „oudje' , — oudje, stel je voor, Evaline was bijna tien jaar jonger dan hij, — zoo lekker gesmoesd over vroeger! Och, den heelen beker had hij inéén omgestort... van zijn prilste jeugd. Zestien jaar was hij geweest. Diamantslijpertje in de fabriek van Waterman op het ouwe Uilenburg. Op het wrakke fabriek nog. Een en al kolendamp en vuil tusschen stinkende grachtjes en gammele bruggetjes. Zwart van pestrook, alle puien en ruiten. Uit den tijd van Bliem Parg. Het smeer van de Uilenburgersteeg stoof je geregeld zoo je keel in. En het lawaai rondom, verstopte je ooren. Bij zijn vader en moeder lag hij nog thuis, in de Vinken-buurt. Was toen nog alles dunne brij. Ja, Jonas kon daar gelooven dat alles nou voor de eeuwigheid voorbij bleef! Het geluk speelde toch met ieder's lot kruis en munt!... Hij was net uitgeleerd geweest éven vóór den Kaapschen tijd. Nou ja, dat was geweest, wat zal hij
Kiboedim: plichtplegingen.
Vau armen en rijken