Het Volk God's, van Armen en Rijken

Titel
Het Volk God's, van Armen en Rijken

Jaar
1931

Druk
1931

Overig
1ed 1931

Pagina's
511



:352

uitgestreken gezicht en dat hooghartig-afgekoelde schijn-glimlachje, alléén zenuwtrek, — had hem laten

schrikken. Warachtereschrot...... niet pour le chat!

Schrikken? Waarom eigenlijk schrikken? Alsof hij

onverwachts, zóó op zijn knokkels was geklopt......

Dacht hij soms, dat het juwelier Moro in eigen persoon geweest was? Wat kon hem Moro, die gattes schelen? Had hij wat te lappen? Ja, hij was daar zóó bang voor meneer Moro, nóh!... Zou hij hem daar ja de keel toesnoeren! Nee, die Robert kon hij óók niet goed zetten. Er broeide wat tusschen Van Nienhuizen en Moro. Hij zou toch ereis Henri waarschuwen. Die vent kon zoo gemeen koud-spottend over zijn Joodsche Feestdagen spreken. Het was altijd: ja, üw feestdagen zijn de onze niet... Ja, ónze feestdagen!... Voor zijn part liep de frotte goï naar de rasjmedaï!... Alhoewel knap, knap was hij... Och, als Siegfried nou eens...

?onas ontstelde van zijn eigen gedachten, onas Fontein schelde. Een liftgnoom dook op in het porceleintintige licht.

— Is me chefeur d'r?... Zeg jij dan an me chefeur, dat ie na de Koninginnelaan ken gaan, na me vrouw... Ik kom wel mit de wage van meneer Rozeheim terug...

Die beste Henri. Nou zat hij tusschen de tang te zweeten. Harrewarrende makelaars, looze koopers, malsche vreemdelingen, ze hingen allen om hem heen te roezeboezen. Nou moest hij samen pap met ze eten. Och, hij hield wel van die apotheose! Wat een vent... Geregeld zoo knap als een professor! Zelfs dien leelijken grijpvogel Moro kon Henri, als hij wou, het ijzer in den buik stooten of den voet op den neus drukken. Want dié deê toch zijn gevoeg hooger als zijn achterste! Maar ja, hij wou! Alderabeh! En met een ieder leefde Henri mee. Hij begreep elk schepsel, als boter uit de karn. En mooi was het in Henri Rozen-heim, dat hij ondanks alle aanzien en roem en onderscheiding, nooit zijn Jehoede-zijn verloochende. Zelfs in zijn paleis op het Museum-plein, ontving hij de armoedigsten uit het Ghetto... Integendeel, zijn hoogste eerepost noemde hij zijn Joodgeborenheid. Jonas' eigen vrouw, Evaline, God-liet-haar-gezond...

Gattes: slecht mensch. — Lappen: bijwerken. — Frotte goi: smerige Christen. — Rasjmedai: Asmodee. — Alderabeh: Vooruit maar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.