IV.
347
Daar lag hij nu weer voor anker, te dobberen, bij Henri. Gezond bleef die gesjiewes... omein-wie-omein! Maar wat liet hem die kerel lang wachten vandaag! Zou hij even Henri's sorteer-kantoor oploopen? Neen, neen, hij bleef liever hier, al duurde het een uur. Hij zat hier heerlijk, in dienverschrikkelijk-zwaren fauteuil. Het leek wel een ,,stoelifant". Telkens als hij ging zitten, klonk het als een zacht ploffen... Het was zoo goddelijk, dat stralende laat-April-weer. Paasch was het zoo lekker thuis geweest, zoo goddelijk gezellig. Jonas was dol op Paasch, op lekkere dikke matses, vet gesmeerd, met ouderwetsche bruine suiker. Voor vier achter elkaar was hij nog niet begiete. Maar hij was ook verzot op het feest zelf, op de heele maand Nisan, op ae Sjoele, op heel de Jomtof-week.
Dat prangde nog van heel jong...... een stuwend-
opgewekt gevoel toén: gauw Peisig... Op Joodsche school had hij gehoord van al die vreemde sjabbesen vóór Paasch. Heerlijk, goddelijk, als-maar׳feest-en-feest.. . De laatste sjabbes vóór Paasch, de groote, gróóte Sjabbes! Och, och, als de chomeitstijd begon... Zijn moeder, zijn vader, zijn broertjes en zusjes achter ieder kruimeltje brood en deesem aan! Alles casseren, pannen, potten, borden, glazen. Eerst het gebed voor de wegruiming van al het gezuurde: Geloofd zijt Gij, Eeuwige, Onzen God, Koning der Wereld, die ons bevolen heeft het gezuurde te vernietigen...
Dan de jacht op chomeits, met de kaars, in alle hoeken, reten en donkere gaten van de kamers, de alkoof. Daarna de verbranding... gelijk aan het stof der aarde...
Eindelijk Paasch en Leil-Schimmoeriem...... en
de Seider! Jonas zou nooit, bij zijn nesome, den geur, den zaligen geur van Paasch vergeten. Het brood der ellende smaakte ieder jaar lekkerder! En Paasch was vól wonderlijke legenden en verhalen... Je mocht, als jongetje al, de middeldagen rooken; véél
Omein-wie-omein: amen. — Begiete: bang. — Jomtof: goede feesten. — Chomeits: ongezuurd. — Leil-Schimmoeriem: Nacht van goddelijke Bescherming. — Seider: godsdienstige Paasch-ceremonie. — Nesome: ziel.