Het Volk God's, van Armen en Rijken

Titel
Het Volk God's, van Armen en Rijken

Jaar
1931

Druk
1931

Overig
1ed 1931

Pagina's
511



:339

als hij heerlijk stonk naar nicotine en zoo een schwartze menabbel van een makelaarster je een goed bod kwam brengen. En dan iédere week naar Londen, en eens in de maand naar Parijs, al bleef je onverzadigd van al het plezier en moois!

En tegenwoordig? Een doodstom, koud en ijselijk-ordelijk, groot kantoor, afschuwelijk-netjes gereglementeerd en de dagen heelemaal uitgekalenderd!

Siegfried hield niet van kleverige praatjes; van al dat matsekleisachtige, leege, jiddische gezwam. Al die candeur moest naar de huiskamer verbannen. Op kantoor alleen zakelijkheid, evenwichtigheid, beheerscht-heid. Zooals de koper-glanzende diamantschalen scherp-uitgelijnd en strak-opgericht onder hun glazen kast stonden, zoo was het ook bij zijn zoon, zoo was het bij Henri, zoo was het bij dien gattes, dien vroegeren blompotter van een Emmanuel Moro en bij den grootste van hun allen, bij juwelier Bernard van Beem, eigenaar van een paleis-van-een-fabriek. Zoo was het bij al de modernen. Taai-taai-poppen, doodernstig, maar heel beschaafd. Nooit-en-de-nimmer hoorde je een onverkoren woord. Het werden allemaal aristocraten, met pruimenmondjes sprekend. Je mocht het geld niet meer hooren rammelen... Ach, de lekkere, glanzende jus was er af. Siegfried schold al dat alterwetsche gedoe, huilerige kletserij van roddelzieke opstokers; stichters van Kinnesinne-pleinen in Nieuw-Jeruzalem. Hij rook alleen zweeterigen boterbolusstank na van wohltagers... Hij verfoeide al dat op en onder elkaar hokken. Voor Siegfried bleef het veinzerij van binnenvetters...

Vroeger, ja vroeger kon je tusschen den gewichtigsten handel, spreken over alles van je gezin, van je kinderen, van hun meesters; kon je praten over Sjoel, over varsche knipperdolletjes, over Joodsche politiek en Kerkeraad, over blanke visch die je gekocht had voor je vrouw; over den mooien zang van den Gazan in de Neije, al was het nóg zoo een gazerebbe. Nöja...

Schwartze menabbel: heel leelijk mensch. — Gattes: slecht mensch. — Blompotter: iemand die den diamant, hem toevertrouwd, ruilt voor steentjes van minder gehalte. — Kinnesinne: afgunst. — Wohltagers: lekker-leventje-na jagers. — Neije: Nieuwe Synagoge op D. Meijerplein. — Gazerebbe: armoedige leeraar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.