:333
voelde de oude Fontein, dat hij versleten was als werkgever; dat hij had afgedaan op het wereldtooneel. Dan bekroop hem één oogenblik een vreeselijke, tragische, doffe weemoed, dien hij de volgende minuut weer wegschertste met zijn goddelijke herinneringen aan opera's, comediestukken en operette's, waarmee hij al van zijn jonge jaren dweepte. Hij, en ook zijn vrouw Evaline. De oude juwelier Fontein, zelf uit het proletariaat opgekomen, was overgul-familiaar met heel zijn personeel. Vooral met zekere kroesharige, joviale slijpersbazen, tusschen wie hij had gewerkt als jongeman; met wie hij dolle pretjes had beleefd bij Van Haarlem, in Nes, Warmoesstraat en Panopticum. Vroolijke tjingel-tjangel-kameraden uit den Gouden Tijd, met wie hij in één mannenchoor en zangvereeni-ging had meegezongen; met wie hij vroeger het door-krampte huichelfatsoen van velerlei parvenu-patroons, uren lang te bespotten en te hekelen durfde. Dat gemeenzame, eigenaardig-saamhoorige , en boertig-vriendschappelijke, zonder ophef, bleef Jonas Fontein behouden, ook toen hij een heel rijk en groot juwelier was geworden. De vroegere makkers ademden nóg in smalle achterbuurt-straatjes en keken óp tegen blinde muren. Ook hij, in gesprekken en herinneringen. Zij zongen nóg uit ,,Les Dragons de Villars" achter hun molens... werken wij dus onverdroten... maken wij
hen het leven zoet...... Hij antwoordde Georgette en
Thibaut......
Jonas Fontein wist van geen kentering-in-stand, door lotswisseling en levensloop ontstaan. Zijn innerlijke eenvoud weerde scherp en instinctief, iedere gevoels-verstramming en verdooving af. De hartelijke werklieden sprak hij spontaan toe als bloedverwanten, innig-bijgeloovig, gehecht aan hun omgang. Ze waren immers óók geen confectie-menschen. Kn toch dwong hij ze, ondanks alle gemeenzaamheid, zeker ontzag af. Een enkelen keer zelfs, door zijn dolzinnige stikwoede, die dan aan alle familiariteit ontsprong en grove eigendunkelijkheid ontwrichtte. Eenige onverzworven, trouwe werklieden bleven hem, óók als groot-juwelier, naïef-schuchter bij den voornaam aanspreken. Jonas