:310
benutten, lachte Henri joviaal-ironisch om de aristocratische fratsen van bloedarme, moderne ״Potte-giezen", al werd hij hoogelijk bekoord door hun maatschappelijke schittering, van geslacht op geslacht,... in vroegere tijden.
Henri Rozenheim roemde met anderen, hun rasbeschaving en machtige geleerdheid in de Middeleeuwen, onder Mooren, Heidenen, Arabieren, Muzelmannen en Christenen. Hij erkende hun geniaal koopmansflair op Levant en Indië, al hadden zij aan den stouten zeevaart-opbloei van Holland, in de zeventiende eeuw, nooit meegedaan. Maar na het verbannings-edict van Isabella en Ferdinand en de uitdrijving, aan het eind der vijftiende eeuw, uit Katholiek Spanje; na hun verjaging uit Arragon, Castilië, Sicilië en Sardinië, na hun verstrooiing uit Portugal over West-Europa, over Noord-Afrika, Europeesch Turkije, Italië en Nederland, verbleekte de Sephardische glorie geheel.
O, Henri wist wel, dat het Spaansche Jodendom nog in Haagschen luister praalde onder het Stadhouderschap van Willem III; dat de Sephardiem ook toén staatkundig nog een karakteristieke rol speelden, met den overweelderigen Baron Belmonte, — misschien in de ״parintes' van zijn vrouw, — als spotmikpunt. Maar hun groot-koophandel in de zeventiende eeuw, ontbeerde nochtans den stouten durf, den zwaai van vroeger. Ze geleken meer wisselaars en geld-speculanten in Britsche fondsen... De Sephardiem, zekerlijk, hadden den Spaanschen handel in Holland en in Engeland overgeplant, en al hun rijkdommen er opnieuw bijeengebracht. Wie vermocht te doen wat Don Abarbanel, wat Lopez Suasso had gedaan: Willem III in dien tijd zóó maar twee millioen guldens voorschieten, zonder bewijs, zonder zekerheid van terugbetaling door den Staat? Maar ook de Aske-naziem waren onder het Stadhouderschap van Willem III opgeklommen, vuriger, breidelloozer en koener dan de verkwistende en pronkzieke Portu-geezen. Dié wilden alles redden en overheerschen met hun rijk-getooide klank-namen, met hun troon-relaties,
Sephardiem: Portugeesch-Spaansche Joden. — Parintes: bloedverwanten, familie. — Askenaziem: Hoogduitsche Joden.