:302
boekhouderlijke overmanning en vermaningen, een ontroerd kapitalisme stotteren. Hij glimlachte en schonk den volgenden dag nog meer. Vager schemerde nu de verteweg voor accountant's blik. Al miste Henri sociale aspiraties; al begeerde hij geen zelfdeelname aan politiek, gelijk de groote juwelier Bernard van Beem, toch besefte hij de onberekenbare waarde van volksontwikkeling. Maar zulk streven bezag hij als bevoorrecht kapitaalmachtig individualist, schoon zonder schrijnende zelfzucht. Rozenheim verfoeide hartgrondig, alle levensfeiten-overvloeiende, sociale politiek en hij wenschte maatschappelijke hervormers, met hun propagandistische ketelmuziek, hun ratelingen, hun gewroet en geleuter, naar de maan. Hij verzette zich soms, verzadigd van ,,moderne" menschelijkheid, die geen smartelijke meeworsteling kende met den zelfgewordene, tegen tureluursche besluiten van Bond en Arbeidswetten, om een uur later gretig in te stemmen en ze strenger door te voeren dan wie ook, wijl hij toch weer een sterk sociaal rechtvaardigheidsgevoel bezat, ondanks liberaal conservatisme en uitbundige Oranjeliefde.
Als bleek en blond-beverig knaapje, ontdekte Henri, een week vóór Palm-Zondag, onder zijn staf Robert van Nienhuizen, die door iedereen op zijn kantoor achteruit werd gedrongen. De jongen trof en boeide hem door iets schichtigs in zijn figuur, door iets in zijn stem, door iets geheimzinnigs en schuws, ook in zijn zwijgen, ja,... Henri wist eerst zelf niet wat. Later herinnerde hij zich,... wijl Robert de vlugste uit-het-hoofd-rekenaar bleek van het heele personeel. Het begrips-snelle en flitsende tempo van Robert's zakengeest, beviel hem; ook een eigenaardige, fijn-hoogmoedige manier van inlichtingen en antwoorden geven aan collega's en chefs. Henri's psychologisch vermogen werkte indringend en zonder omwegen. Hij doorkeek, tot den grond, de bijzondere begaafdheid van het weggemoffelde joch. Hij volgde, zonder het te laten merken, vinnige wreedheid en plaagzieken, tartenden wellust waarmee het personeel met Robert