:290
Maar toen Judith den naam Hereira noemde, keek hij éven verrast op...
— Zóó, een Portugees?
— Ja.
Hij hoorde Judith's stem in haar hart zingen.
Familie van den rijken Hereira, waarover Esther's vader altijd met hoogsten eerbied sprak?...
Judith stamelde iets en liep heen en weer door de kamer, met haar eigenaardig-sleependen en schrik-achtigen gang. Ze wist het niet. Haar ״jongen" wist het ook niet. Ja, toch wél, geloofde ze... wél familie,
maar die waren heel rijk en van adel...... En haar
jongen juist, was heel arm; woonde in de Jodenbuurt. Ze voelde iets koud verstrammen in haar kampvechter. Zielig stond ze voor de balie nü. Judith beefde en geraakte, onder Henri's strakke kijken, in angstige verwarring. Ze kon zich niet vermommen.
Weer fronste Henri zijn brauwen, strenger, en zei iets snijdend-hooghartigs. Niet omdat Hereira in den Jodenhoek thuis hoorde. Woonden zij zoo voornaam, op de Nieuwe Heerengracht? Maar om Hereira's maatschappelijke positie in dié wijk en om zijn geringe emancipatie. Dat beoordeelde haar broer half als een ramp.
Enfin, verklaarde hij scherp...... ze moest in deze
overmoedigheid maar zelve weten wat ze deed...
Henri sprak kil, ruw, onverschillig, formeel.
Er begon in Judith iets te duizelen. Ze begreep er niets van. Waarom zoo een heftig-nukkig verzet en al die trotsche, weerbarstige krinkelingen? Met tranen in de oogen liep ze stillekens de nü lichtlooze kamer uit. Voor het eerst stootte ze óp tegen Henri's heersch-zuchtigen wil en zijn gemuurde onverzoenlijkheid.
Iudith trouwde al heel jong.
ienri voelde zich diep gekrenkt in zijn mannen-meerderheid, zijn oudste-broers-gezag. Hij begreep Judith niet meer. Wat een opstuivend geluksventje, wat een krabbelaar en hinkebeen, die Josua Hereira... Henri misgunde hem zijn jonge, lieve zuster. Hoe kon zoo een sneeuwblank onschuldschepsel als Judith zich