:291
nu verlieven op zulk een vroom, onaanzienlijk, groezelig rebbetje, met het af gezoete gezicht van een jongetje? Hij haatte dat religieuze kleef-manneke, nu glanzend bekranst door Judith's genegenheid. Ondoor-
Srondelijk vond Henri den smaak van vrouwen. En ij dacht angstig aan Esther, in Italië.
Josua Hereira verscheen schuw en klein in het gezin van Sallie Rozenheim; voelde zich, in zijn zachtmoedigheid, nietig verzinken tegenover pronklievenden Henri met de genadelooze, sterke oogen; tegenover Henri, bij wien d'overdaad op de stoep stond en die altijd luide en geestdriftig de Oranje-monarchie verheerlijkte of iets koninklijks van elders, om hém in zijn sociale nederigheid te bespotten. Die vólle rijkelui's-stem, dat mooie spreken, dat gevatte, scherp-uitge-slepen antwoorden, dat onbewust-bevelende en heerschende... neen, Josua was dol op de argelooze Judith, maar ,,een beetje era" bang voor den individualistischen broer, de kei Henri Rozenheim.
Henri, op zijn beurt, voelde een vreemde, onrustige jaloezie en wangunst vreten en wroeten in zijn hart, dat zulk een ongeinig, minachtelijk mannetje, bleu en stotterend als een knaap, zoo ruimschoots de overgave afgeperst had van een verbijsterend-mooie vrouw als Judith; te goed en te simpel om haar eigen waarde te beseffen, al was ze dan ook mal op een trotsche „Pottegies"...
III.
Henri had snijdend krakeel gekregen met den halfanalphabetischen, enghartigen ,,Co' van Durant; om meer inkomen en grooter winst-aandeel. Het stond op scheuren. Ook Durant's kil-schroeiend liefdeleven en zijn somber-zwoele zinnen-dronkenschap, stieten Henri tegen de borst. Op-zichzelve zou hij Durant's zwijme-larijen niet vonnissen, maar de patroon, die ook als zakenman er geheel onder verzwakte en zich uitputte, begeerde vaak zijn bemiddeling en zijn relaties voor vunze amouretjes met blondjes, zwartjes en bruintjes uit allerlei kringen en standen. Hiervan walgde Henri,