:288
naamheid. Godalmachtig, hoe kon zulk een geel-uitgedroogde, broodmagere vader, met een geheel misvormde onderkaak en kromme jichtbeenen, al was hij uit een aristocratisch geslacht, — uit de Ximénés Belmonte... kreet hij, — alles bijeen tóch een pernicieus pamflet van een mensch, zóó een lieftallige dochter hebben!...
Zonder het te weten, uitte Henri dezelfde verzuchting jegens Esther's vader, als Durant in agressie, het had gedaan tegenover Henri en den ouden Sallie Rozenheim.
Henri zorgde, dat hij nog eenige malen met Esther's stuurschen Papa onderhandelen moest, in tegenwoordigheid van de dochter, over Venetiaansch zetsel van briljanten in zilverglanzig platina. Henri verloor in haar bijzijn, verward, verlegen, zijn tegenwoordigheid van geest. Hij ademde plotseling in een nieuwe licht-wereld. Hij doorleefde een duizelende blijheid van binnen, die hem verontrustte.
Ook Esther bekeek aandachtiger dan zij eigenlijk wilde, den slanken jongen, zoo lang als zij zelve, misschien een beetje te bleek en te vrouwelijk-knap van gelaat, maar die zoo hoofsch, zwierig en gemakkelijk sprak en toch soms, met geraffineerde, scherpe ironie, zijn woord onverhoeds doorkraste. Dan klikklakte hij zoo leuk met de tong. Maar als Henri haar in de oogen zag, weifelde hij, een beetje verlegen en begon te stotteren. En dan glimlachte Esther haar liefste lachje. Nog een kind...
Henri vroeg verlof, zoodra ze weer uit Italië waren teruggekeerd, haar te mogen bezoeken. Ze antwoordde toestemmend, heel schuw, wijl ze haar kregeligen vader onrustig hoorde schuifelen in het kantoortje er naast.
II.
Intusschen waren de werkzaamheden bij den ouden Sallie Rozenheim geheel afgebroken. Hij verdiende zélf niets meer. Zorgen voor zoons en dochters drukten den ouden rheumatischen mummelaar plat. Hij liep