:280
xiend, toen hij het ouden, krommen Sallie vertelde.
Henri begeerde geld te verdienen; solliciteerde naar een kantoor-betrekking. De handel en zijn kansen lokte hem hevig. Hij wou ruimte en cultuur-studies in het leven-zélf maken. Hij wou onbeknelde vrijheidvan-bewegen. Waarvoor had zijn vader hem anders op de Handelsschool gestopt? Zoo loos maar? Hoe hij beginnen moest, wist hij zelf nog niet. Zonder kruiwagen, in den groothandel, bleef alles hachelijk. Maar hij wilde! Hij bestond bij zulke plannen alleen uit wilskracht; schuimende en stil-ziedende wilskracht. Geblèr om hem heen, van familie, ooms en tantes, van: zonde... vergooit zijn positie... overtrapte hij daemo-nisch-onverschillig! Ze zouden zijn plannen aan duim en vinger nalikken, wanneer hij slaagde.
Henri sprak, als heel jong mensch met eind-diploma Groote Handelsschool, en door bijzonderen aanleg, ongemeen zuiver en makkelijk, moderne talen. En op speelsche wijze leerde hij er, voor eigen pleizier, nog Italiaansch bij.
De oude Sallie Rozenheim was desperaat; keek heel teleurgesteld uit den bultigen kop en gromde troosteloos, onheimelijke verdrietigheden. Wat? Zijn Henri, zijn prachtjongen, zijn groot, gróót wonderkind gewoon, doodgewoon op een kantoor... disnieteugestaande hij een prefesterkop had?... Zou hij achter een lessenaar zijn vlucht kunnen nemen? Op een wankel klerkenkrukje de wereld in zweven? Wat brabbelde de jongen toch van ruimte, onbekneldheid!...
Hij kon er met zijn dom verstand niet bij en griende van pijn, om maar niet te gillen, te razen van verkropte woede.
Zwijgend glimlachte Henri, om vader's en moeder's, broers' en zusters' onnoozele decepties en kabaal, na
a"n besluit. Henri liet zich niet opzweepen. Hij bleef aarnuchter, doortastend de werkelijkheid zien en forceerde geen toestanden. Het „vak" was weer heel slecht. Zijn rondploeterende vader verdiende aanmerkelijk minder dan in de eerste jaren van Henri's schoolstudie. Er waren vijf kinderen, die al belachelijk veel noodig hadden. Een kleinburgerlijk, benepen