:279
boek ״II Cortegiano", waarin zijn hoofsch en aristocratisch model ademde: Ludovico da Canossa; van zijn ideaal, den onberispelijken hoveling, den gentiluomo der Renaissance. Judith schaterde. Al die opgepoetste Italiaansche namen klonken haar als het gerammel van gouden muntjes de ooren in. Maar Henri bleef ernstig, onverstoorbaar,... als een hoveling.
Wudith geleek uiterlijk verbijsterend veel op hem. anneer Henri zich als meisje verkleedde en een beetje het bleeke gezicht, met het pracht-zwarte haar, roze poederde, scheen hij een tweelingzuster van Judith. Wanneer dié haar zware donkere vlechten in een wrong saambond, mannenkleeren aantrok, zou men haar voor een tengeren Henri hebben gehouden. De klank van haar zachten lach, om dit spel, verteederde hem geheel en al, Henri koesterde zijn zuster, omdat ze zoo mooi was, met een gesmoorden glans in de oogen. Hij verwende er zichzelf mee. En toch bekeek hij Judith nu en dan bang-achterdochtig, bevreesd voor haar lot. Ze was vaak zoo stil als het duister, zoo heimelijk-neerslachtig, zonder klachten, en zoo droo-merig. En veel te toegeeflijk, te zachtzinnig.
Ze dachten thuis allemaal, ook zijn goede, lieve vader, dat Henri wilde „doorstudeeren" voor advocaat of dokter. Zoo een gedeukte snuifneus was Sallie nog wel, om minstens iets grootsch van zijn jongen te verwachten.
Het scheen de wiegezang van alle knappe bollen onder de middenstands-Joden in en buiten het vak, reeds lang in de roggebroodsweken van hun maatschappelijke weelde verzakt. Leeraren overstelpten Henri en zijn ouders met gelukwenschen; spraken herhaaldelijk over een groote toekomst, wanneer hij zijn studies voortzette. Ze snoerden Henri allemaal ae eerepenning om den hals. De directeur van de Groote Handelsschool, die zeer veel van Sallie's jongen hield, fluisterde zelfs bevenden vader Rozenheim in het oor: — Dat zal een jonge professor worden! Maar, — één van Henri's eerste raadselachtigheden voor d'omgeving, — de geniale bolleboos wilde niet „doorstudeeren'. Zijn volle stem klonk schril, schrij-