:276
Judith, in het huishouden, sprak weinig.
Maar Henri, oudste, aangebeden jongen van zijn vader, drilde de huisgenooten met een intellectueel gezag en onder diepe zuchten van moeder.
— Hij móchh... hij kón... hij is oppergeneraal!......
Zoo troostte vader Sallie geringeloorde broers en zusters.
Vader Sallie, de beroemde grof- en kunstslijper, met zijn argeloozewijsheid,verzonk van lieverleê uit de aandacht van woelige en snel in sympathieën-wisselende vakgenooten. Hij had geschitterd, compleet als een star van éérste grootte, onder de oude diamantbewerkers, en zonder sleepbootjes en kruiwagenduwetjes, en tus-schen teer en pik, en onder de schei-naakte ruiten van de meedoogenlooze fabriek! Wie kende Sallie Rozenheim, den grofslijper en kunstslijper niet?
Addesjim... Sallie schrok miezig! ״Addesjim" had hij gezegd, in stilte. Noh... dénken is vrij en Henri hoorde het dóch niet. Gerégeld was hij beroemd onder Duitsche, Poolsche en Portugeesche Jidden... Disnie-teugestaande most hij koren tot meel malen!... Hij werkte geregeld dag en nacht op temperatuur. En na de Kaap was hij op de glijbaan betoeg geworre, en daarna weer straatstervend-arm! Disnieteugestaande niet van champagnewijn! Zijn roem klonk van al de oude fabrieken... op het Roeterseiland, in de Zwanenburgerstraat, op Rapenburg. Zelfs op „Golgonda", „Adamas", op „Beurs" en in „Casino"... Alla, af!... Uit z'n lich! Wég z'n vuurtangetjes!... Bezolos!... Noü schitterde zijn zoon Henri.
Ook moeder Rozenheim bleef haar oudsten jongen bekijken met méér dan dweepzieke oogen. Werd die jongen niet bergziek op zulk een levenshoogte? Godallemachtig, was die gedachte al geen halve berisping? Ze huiverde van haar schennis...
Henri werd leidende, ordenende kracht in huis, terwijl hij nog op de schoolbanken zat, zij het dan ook in de hoogste klas! Hij troonde al op de dogcart van zijn faam. Hij was een epopt! Oude Sallie begreep er geen snars van. Maar hij bauwde zijn zoon piëtistisch na en
Betoeg: •weelgesteld. — Bezolos: afgedaan, vergaan.