:268
verengend creatuur, om uit eigen ziel en diepste wezen, dankbaar te kunnen zijn. Op de meest behoorlijke manier bleef hij onbehoorlijk; zelfs in zijn kille zinnelijkheid tegenover vrouwen en in de onrijpe mensche-lijkheid van al zijn daden. Enfin, een ieder vulde op eigen wijze de lier. Voor Henri schond Robert den zin van het leven, door verknepen valschheid en verdrongen haat en een alles verminkende twijfelarij. Maar, daar hielp geen lievemoederen aan, Van Nien-huizen's onschatbare waarde voor de zaak, wilde Henri nooit loochenen, al plaatste hij de misgeldende daemo-nie van eigen heerschzieke natuur tégen de opflad-derende en zelfzuchtige van zijn procuratiehouder.
Vooral met de kreukelige Amerikanen ging Van Nienhuizen zóó tactvol en gevat om, dat ze even graag door Robert als door Henri geholpen wilden worden. Hij plaatste ze, onder hoffelijken, kanonieken ernst, zonder één licht glimlachje zelfs, de koddige panache van eerbied op den hoed. Van Nienhuizen had eigenaardige inpalmingen van en suggestie's op koopers, alvorens hij lot's en goederen opende en vertoonde. Robert kon zijn lichtfletse oogen wijd openspalken, alsof hij een ieder in zijn blik wou laten verzinken. Hij prees de handelswaar zooals niemand dat vermocht; eigenlijk zonder een woord te zeggen. Alleen reeds door de stroeve plechtigheid waarmee hij het zoogenaamde ״gezicht" voorbereidde en doorademde met het gewicht zijner bemoeienissen. Van Nienhuizen begon daarna te spreken, gelijk Henri hem duizendmaal had voorgedaan, eerst een weinig tuitelachtig, over economische en politieke gebeurtenissen, om dan óf geheel diplomatisch zich te buigen naar inkoopers-inzichten, hoe ongerijmd ook, óf tumultuant er tegenin te roeien, met schrik-verwekkende meeningen, wanneer een cliënt althans, in argelooze burgerlijkheid, voor zulke bestrijdingswijze waardeering gevoelde en er de spannende, vechtlustige bekoring van ondervond. Dan bekreunde hij zich om niets. Dan gleed onder verbeten hoongelach het priksleetje van Robert's droog-scherp vernuft en van zijn schematisme, telkens een andere richting uit. Maar wat een ieder totaliter