:261
overstelpend-gulle en toegeeflijke genegenheid en met heel de belanglooze romantiek van zijn speculatief karakter, door teedere zinsbegoochelingen vaak gelokt naar glanzende sterrenverte...... Zoo ironiseerde
Leo.
Henri was voor Van Nienhuizen, van diens veertiende jaar af, een leider, een vader, een vriend, en ook in praktijk-ontwikkeling, een hoogere handelsschool geweest. Eigenlijk proloog en epiloog. Het onwrikke-lijk-doortastende van Henri's machtzuchtige natuur, had hij Van Nienhuizen in daden onbewimpeld getoond. Robert draaide om hem heen, onzichtbaar vastgezogen als staal rond magnetische pool. Echter nooit spatte Robert één vurige vonk van vriendschap naar hem terug. Van Nienhuizen volhardde in uitzonderlijke bewondering, bleef vol ontzag en eerbied achtenswaardigen Henri bezien; gaf al zijn gaven en al zijn werkzaamheid; al zijn schrandere dienstvaardigheid, maar nimmer zijn éigen binnenste. Het verstarde alles voor Henri té ,,achtenswaardig". Wel was Robert een enkelen keer dankbaar-naar-buiten, maar iets in zijn, in-schijn-eerzuchtloos woord bleef altijd onberoerd, berekend, en Henri's charme en warmte scheen Van Nienhuizen soms met nauwelijks-ver-drongen, overbewuste hoovaardij en norschheid te dulden. Er hing eeuwig en immer een vreemde gespannenheid tusschen hen beiden, iets dat plots alle hartelijkheid deed stollen. Daarom wantrouwde Henri Robert en voelde hij in Van Nienhuizen tóch wel een verborgen, afgunstigen vijand; een die hém wellicht in het verderf zou storten, uit jaloezie en stil-verkanker-den haat.
Henri begon traag en onwillig, in zijn soms overgevoelige prikkelbaarheid te begrijpen, wat er innerlijk in Van Nienhuizen, al de jaren van zijn eerste onbekendheid, opkomst en triomf, was geschied. Uit een dooreenwarreling van gedragingen en uitingen, onthulde Robert zich al duidelijker als type van den vinnig-wraakgierig-ondankbare, zelfzuchtig-verbetene, wijl hij verplichtingen moést voelen jegens een ander, die hem opklimmen en stijgen in macht, kennis en