:260
van geloofden, of voor eigen inzicht meenden te moeten loochenen, zouden ze voor hunzelven uit te maken krijgen. Alléén,... zijn kinderen moesten Néderlanders
zijn, in de alleréérste plaats Néderlandsche Joden......
En dat dwong hij ze wél te begrijpen. Want ze waren allen van zijn vleesch en bloed. Maar de zwartbijtende, scherp-ironische Leo spotte met standpunten, — puntstanden noemde hij ze — van alle menschen; ook met vader s éigenzinnig-i " ' 1 '
beginselen, die thuis hoorden Hieronymus-hof je...
II.
Voor het eerst van zijn leven, twijfelde Henri läng aan eigen doorzicht... of hij wel goed had gedaan, om Van Nienhuizen een zoo gewichtige functie in zijn zaak te scheppen; een lichtkrans rond den knaap te dulden, welke hem het bewustzijn van absolute onmisbaarheid, kuischelijk bijbracht.
De jongeman, nü nog bescheiden en verholen achter zijn sarrende kalmte, was zijn heele opkomst aan Rozenheim verschuldigd. Zonder hem zou Van Nienhuizen een bordenwasschertje of een vulgair kantoorknulletje gebleven zijn, ondanks energie en aanleg, onopgemerkt of geheel verdrongen door ijverzuchtige collega's... Van Nienhuizen had van Rozenheim alles in de perfectie geleerd. Henri had hem zoo grondig in het gansche bedrijf ingewijd en Robert's kennis zoo subtiel doorwerkt en doorweven met zakentechniek en vakgeheimen, dat deze jongeman, bij een mogelijke scheuring of een opdrijving van eigen inkomsten-eischen en rechten, — compagnonschap? — onafwendbaar zijn gevaarlijkste concurrent moést worden. Dan griezelde Henri; had hij een gevoel, alsof hij op aardslakken trapte en een aroengiftig duister van verraad en vijandschap indoolde.
Henri, naar eigen Don Quichotten-aard, had zich ook dit jongmensch heelemaal gegeven gelijk hij was, met al zijn strenge, heftig-heerschzuchtige, maar toch altijd hoog-eerlijke zaKen-degelijkheid; met zijn