Het Volk God's, van Armen en Rijken

Titel
Het Volk God's, van Armen en Rijken

Jaar
1931

Druk
1931

Overig
1ed 1931

Pagina's
511



240

lijstengeel van de venster-kozijnen en hijschbalken. Voor de oevers van Oudeschans wiegelden bagger-schuiten, jaag- en kalkschuiten, oliebooten en kolen-stoomers. Van alle kanten zoefden, puften en zongen pijp-booten.

Opvliegende Jaap wou direct naar den drukken overkant, den zouten wind tegemoet van het IJ. Stoepen, pakhuizen en inpandige bedrijven lokten hem niet. Jaap Hereira kende zoo goed de oude buurt, met al haar uitgewischte namen; hoe ouder hoe gezelliger: 's Gravenhekje, Teertuinen, Haringpakkerij, Buitenkant en Texelsche kaai. Als kind had Jaap je er verhit geravot en als misacht en beschimpt Jodenjochie met bleek-ingevallen gezichtje, koen gebakkeleid. Eéns zelfs, heel erg, met een tureluurschen lichtmatroos die hem als ״smous" wou „afstrijjen" en volhield, dat de stikzwarte neger Jan Kompany nooit jokgezel van Michiel de Ruyter was geweest, toen de Admiraal nog bootsman-maatje heette. Jaap had zich niet laten verkloeken. Want hij dweepte met koning David en Michiel de Ruyter éven sterk.

Dennie wilde nog niet naar den overkant.

— Eers hier nog rewogim!... Jij, mit je mesjoggene sport!...

— Wat?... Mesjoggene sport?... vloog Jaap op.

— Noh... goéd dan... de sport niét, maar jij wél mesjogge!...

Jaap lachte. Hij wist wel, dat Dennie niet bang voor hem was. Jaap hield juist zooveel van Dennie om zijn „goïsch lef" en zijn jongenstrots. Jaap vervloekte kruipend-bange, laffe Joden. Daarom aanbad hij Moelie Kopstoot, die ongedekt tegen het scherpste mes van Zeedijk-gooser of pooier het opnam. Jaap hield van Dennie, omdat ook dié voor geen dreigementen terugdeinsde. Jaap wist luttel van de oude Hebreeuwers, maar van twéé was hem op de Jodenschool alles gebleven: van koning David, den lefgooser en hardvochtigen bakkelaaier, en van Juda, den Makkabeeër... Addenom, dié hadden gedurfd! Een „Juda de Makkebeeër" wou Jaap ook met de knuisten zijn. Nooit angst, nooit, al kostte het je je

Rewogim: winst, verdienste, — Goïsch lef: Christenmoed. — Lefgooser: koene kerel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.