236
gloeide hemelruimte bij zonneavonden; met haar bries-frissche uitmonding in Oosterdok en IJ, lag met een breeden oeverzwaai zoel doorwaaid en tintelend open aan het water en hield de oude, drassige stad nijpend vast in haar cjrootsch zeemogendheids-verleden.
Mallejapik s slagklokken-toren scheen als uit spattend golvenschuim opgedoken. Zijn baksteenen bastion rees kloek en sterk, en er boven ging rank de toren, met zijn smalle ommegangen en schoone spits, de lucht in. Heel de breede schansen, weerszij, greep de Montelbaan wortelend naar zich toe; maar ook al het heerlijk-oude van Uilenburgsche scheeps-timmer-werven, van Anthoniessluis, Oudewaal, lijnbanen en korenspijkers; van koopvaardij en, van Binnenkant, Kromboomslooten en Pinkster-markten, van Kalk-maikt, kranen en jachthavens; heel de oude Amster-damsche zee-glorie van bestevaer Michiel en Tromp aan Prins Hendrikkade en Buitenkant. Overal rook het naar vreemde specerijen, naar arak, teer, kabeltouw, ingeheide palen; naar ankerkettingen, harpuis en allerlei waren, als eertijds rond Schreijershoek en Schansrondeel, waar de scheepstrompetters tetterden onder de waalredders. De zoute, zilte adem van het onstuimige IJ drong achter alle loodsen, werven, sluizen, bruggewelven en gordingen. De adem ook van d'oude Lastaadje, waar, met zoo geweldige bedrijfs-macht, Hollandsche voorvaderen een wereldhandel stichtten op hun werven en pakhuizen; waar zij hun gemeerde laad- en los-schepen lieten deinen en waar zij eens tégen Geldersche verwoestingstroepen en plat-branderijen van kanon-affuiten, hun gewapende stads-sterkte, het Montelbaan-blokhuis deden verrijzen.
Jaap en Dennie versjacherden, onder oolijk-snoode praatjes en komische bedrijvigheid weer allerlei negotie, met pakhuisknechten van Oudeschans, die hurkend op wrakhouten buitentrappen zaten te schaften en aan prijzen te tornen. Ook eenige baardige schippers van de kleine binnenvaart, met gouden kinderringetjes naïevelijk in de harige ooren, de glansleeren jekkers breed op de heupen, koekeloerden loos uit de zon-
Waalredders: havenpersoneel.