106
en hij voelde zich voornaam Breestrater; zoo voornaam als De Vries van Buuren en Co. Van zijn bezoekers ontwarde hij alle luidruchtige grollen, lef-grappen en Duivelshoek-streken. Hij kende hun vloek-zuchtige kijverijen en hun verteederingen tegenover arme menschen. Lewie Spreeuw leefde erin mee en grinnikte goedhartig:
— Mö je 'n zoopie?... As pok leef......ikke slip nie
in de bocht... ikke zie alles achter de baai!... Van de heele hagedoolau...
Hijzelf klemde zich vast aan oud-Joodsche gebruiken, voor zoover ,,de zaak zulks toeliet." Lachend zei hij:
— Dat doen ze in Ghetto-Zuid ook...
Doch een iegelijk moest „wijders" zelf weten wat hij deed......
— Dat is nou mijn éige smaak.
— Alderabbe, maar an jou smaak zit 'n bijsmakie!...
De marktsaugers, de reizigers, de sjacheraars van
de Stroomarkt, in troepen, vertrouwden dit kroeg-u aard-won der alles toe: geld, goed, kwitanties. Zelfs tramconducteurs-buiten-dienst, vertelden dikbuikigen Lewie veel van hun hebben en houwen; vroegen hem om raad en bijstand. Lewie voelde zich heelemaal „indepindant" van alles. Hij heette strikt-eerlijk en als een vader of broer, zoo hartelijk en zorgzaam voor zijn klantjes. Alleen de geweldige dwarse plooi boven den neus, werd dreigende waarschuwing voor een ieder. Wanneer zijn proestende stamgasten het met flauwe grappen of brutaliteiten té bont maakten, — alleen in Lewie's café werd Engelisj, Fransj en Duitschj késpróggghe, — begon Spreeuw's neusplooi diep en dwars in-te-kerven, gelijk een zwarte groef. Dan geschiedde er iets, dat Lewie, den kastelein niet langer aanstond in de woelia-broeische kroeg en namen de klantjes schuw omkijkend, zich in acht. Vooral de heftige gokkers en klaverjassers in de geel-duistere schaduwhoeken, die op wankele speeltafeltjes hun driftige knuisten van woede wond bonkten en tusschen wie, na schier iedere ronde, een papegaai-schel ge-krijsch over begane fouten losbarstte. Ook die vreesBaai: toonbank. — Hagedoolau: De groote vergadering. — Ghetto - Zuid: Concertgebouw - kwartier, waar veel rijke Joden wonen. — Stroomarkt: Waterlooplein.