Kunstenaarsleven, eerste deel

Titel
Kunstenaarsleven, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1906

Overig
1ed 1906

Pagina's
282



275

Daartusschen grilligde wel eens 'n bui van toeschietelijkheid voor 't personeel. Hij stapte dan met trilwimpers de keuken in en sjacherde met de meisjes over 't aankoopen van waar. Ze moesten vooral beter dingen, en den boel veel goedkooper zien los te krijgen bij den groenteman en bij den vischboer. Dan ging ie zelf, in door z'n schrokkerigheid aangehitste gierigheid, afdingen op alles, wat er voor 'n week noodig was. Hij maakte sluwe beramingen, overstelpte ze met sarrende, gejaagde vraag-zinnetjes, spande strikken, vroeg over en weer, om ze er te laten inloopen, en te zien of ze hem bedrogen en werkelijk wel afdongen, koel, hardvochtig, genadeloos, tot den laatsten cent eruit mergelend. Hij gnuifde van lol, als ie zag, hoe bedremmeld ze voor 'm stonden en hoe hij ze fascineerde. Dan begon ie koeltjes en kalmpjes te cijferen op 't blanke steen van het aanrecht in heel fijn schrift, dat ie dadelijk uitvlakte, als Trees of Toos te dicht op z'n handen stonden, 't Waren intieme reken-stellagetjes, waar-tusschen ie nu en dan zaken-invalletjes en veiling-gedachtetjes luchtte, gedachtetjes, die niemand zien mocht. Soms stormde in wild gezang 'n meisje de keuken in, maar dadelijk bestierf het gejoel op haar lippen, als ze Soonbeek met z'n blank gezicht, z'n kalen kop en trilwimpers, in z'n gluiperig gereken op het aanrecht zag zitten. Langzaam zacht, begon ie met telkens gesloten oogen, over de voordeelen van koöperatie-verbruik te spreken. De meisjes nikten, liepen in en uit. Hij bleef doorratelen. De een nam 'n eind gehoord betoog van de ander óver in gif en wrevel, nu ie weer zoo dwars in den weg zat te Jan-Hennen. Haar knuisten jeukten om hem er uit te smakken, dat ie den nek brak. Maar ze durfden zelfs niet glimlachen. Eindelijk draaide ie van de kocperatie op z'n veilings-bezittingen. De meisjes moesten dit en dat eens koopen. Wat gaf al dat potten ? En wanneer was de vrijer jarig ?

Hij sjacherde heet, z'n gezicht verwrongen. Hij had mooie japonnen, streepjes en ruitjes, en mooi ondergoed, met échte kant, grinnikte ie. Ze moesten maar niets zeggen aan mevrouw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.