Kunstenaarsleven, eerste deel

Titel
Kunstenaarsleven, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1906

Overig
1ed 1906

Pagina's
282



274

Hij schold, heftig, grof, vloekte en raasde, zei plompweg, dat ie op fielterige manier door hen allen bestolen werd. Was dat 't volle gewicht ? Hier, met je neus erop, en weeg na ! Was dat eerste kwaliteit boter ? suiker ? Hier, met je neus er op, en kijk na ! meel, zand, krijt!.. .. vuiligheid ! Dat hadden ze niet gedacht, hè, dat meneer zelf inspekteerde ? De knechten stamelden wat, waren geschrikt, verward, overbluft.... Hij joeg, joeg gruwelijk met z'n ondervragingen. Hij zag geen menschen meer. Alleen als zwarte larven kropen angsten van wantrouwen voor z'n oogen. Hij zag van drift en woeste uitzinnigheid bijna niet meer. 't Valsche vuur begon weer te fosfori-seeren in z'n oogen. Hij had die winkelknechten, die plebeïsche dieven, wel kunnen fijnknijpen, mèt z'n dienstmeiden erbij. En werkelijk vond ie soms kleine afzetterijtjes, sluwig doorgestoken kaarten tusschen de meiden en de knechten, 't Maakte hem dol. Met 'n zenuwkrijsch liet ie ze eindelijk los, wees ie ze de keuken uit. Hij kon niet ophouden met razen, en als 'n losgebroken woesteling holde ie door de gangen, rende ie trap op trap af, vloekend, half stikkend in den lieetsten argwaan.

Dat waren z'n razende buien, die altijd in veiling-rust terugkeerden en Flora groot verdriet en ongenoegen veroorzaakten. Telkens zei 'n meid haar den dienst op. Bij zoo'n dollen Jan Hen wou geen sterveling blijven, mokten ze. Flora's smart en wrevel koelden zich in de klachten der meisjes. Ze vond 't 'n schandelijke vernedering voor 't personeel niet minder dan voor haar. Zoo'n felle, stekelige Jan Hen, die loerde in potten en pannen, wien de roode gloed van 't koper nooit glanzend genoeg de oogen kon in-vonken, die opstoof bij 't kleinste deukje in een voorwerp, was niet om te dulden. En zocht ie 't niet beneden, dan zocht ie 't boven, op de kinderkamer, de meidenkamers, bij de kinderjuffrouw, overal vinnig rondloerend op verwaarloozing, vervuiling of vergissingen. Met 'n dierlijk genot kon ie ze dan bovenschellen en sarrend-glimlachend zoetjes met vragen besluipen, om los te barsten als ze er in geloopen waren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.