271
van 'n heel slechte reis kon komen, als meer klanten hem zóó gingen behandelen. — Wat enorm veel dingen had hij nu al niet uitstaan, en hoe hield ie daar rustig 't oog op ? Toch bespiedde hij scherper z'n luidjes, zag ie langer toe, voor hij iets afgaf. Eerst bracht ie bezoek op bezoek, en als eenmaal gekocht was, drukte hij vinnig en koud ze de voorwaarden op de ziel. Want ten slotte had ie uitgevisclit, waarmee de onverschilligsten onder z'n klanten tóch klein te krijgen waren.
II.
Heel z'n veiling-beheer gaf hem een z'n tijd wegvretend genot, en de fijne kleurmengingen van z'n trotsch handelsvernuft voerden z'n leven óp tot één gloeiende daad van sjacher. Daarom kon hij bloed spuwen van drift, als Flora z'n veiling-koopsels beschimpte. Er bestond geen mooier handel, geen genot-zoeter koop en geen rijker, beter goed dan op de veiling.
Z'n eenige angst was soms, dat ie met 't inkoopen van allerlei soort dingen veel te ver ging. Er waren dagen, dat ie letterlijk van niets kon afblijven. Leed ie onder 'n soort vei-lings-geesteszienerij, dan zag z'n gezicht grauwgeel van hebzucht. De dingen zag ie dan leven, hem wenken, hoorde ie zich toeroepen. Dan gloeiden z'n handen van vurigheid. Soms bleef ie dan 'n week weg, om zichzelf te knauwen, te martelen, al kon hij niet verdragen dat, terwijl hij thuis zat, at of dronk of dutte, er hier en daar in Amsterdam groote veilingen waren, met prachtige dingen, waarop verdiend móest worden, 't Idee dat hij thuis zat, en daar gehandeld werd, maakte 'm razend, verschroeide z'n rustig zitje. Dat was als 'n onthalzing van z'n hebzucht. Hij deed zich schade, groote schade, door niet alles in te slaan wat verkocht werd, en z'n teveel te bergen in z'n eigen leegstaande woningen.
Toch moést ie dat gemartel en gejaag overwinnen, wijl er zooveel in z'n reken-hoofd krioelde. Hij moest toch begrijpen