2Óg
keinering, door Soonbeek's schaamtelooze suggestie, overhit-ting en arglistige berekeningen.
Er waren ook onder z'n weekhuurders die traag bedenkingen maakten, er 'n krampigen dwang in voelden van Soonbeek op hun schraal beursje, er eindelijk kort en goed niets van weten wilden. Maar Soonbeek liet deze tegenstribbelaars 't minst graag los. Hij wist precies, hoè ze te pakken. — Wacht, als ie nou eens hier die twee deurknoppen liet maken ? Nou.... aste-blieft. Zoo, weken lang, dribbelde ie z'n krotjes rond, lastig, praterig, overheerschend, dat 't de onwillige luidjes groen en geel voor d'oogen werd.... Nou kon misschien wel 'n goedkoop blauw papiertje in de voorkamer, maar stond dat nou zonder dat prachtige mahoniekastje ?.. .. zeg jij nou vader, spreek jij nou ! Al die ruitjes d'rin ! 't was '11 pracht!.. .. en die biezen stoeltjes, zoo mooi als ze 't nog nooit gezien hadden ! — 't Begon zacht te weeken om 't hart der onwilligen. Haastig berekende Soonbeek de kosten van 'n goedkoop papiertje. Had tóch op de vervuilde muren gemoeten ! 't Werd 'n felle, half nijdige sjacher van weerszij, 'n kleine kruishandel, waarbij• hij toch overheerschte. — Sluwig verkocht ie die lui z'n slechtste .en alleen voor 't oog glanzende goed. De afschrijf-boekjes en 't kontraktje volgden, brachten weer wat stroeve ontstemming, voelden ze aan als 'n handboei-knelling.
Al negen keer was 't 'm gebeurd, na zes, zeven of tien maanden afbetaling, dat de lui niet verder wilden of kónden. Dadelijk had ie beslag gelegd zonder erbarmen. Soms had ie zelfs gehoopt, bij die en bij die, dat 't gebeuren zou, kon ie z'n macht laten voelen, en meteen 'n nieuwen verkoop met anderen aangaan. Er was dan 'n pijnlijk geworstel van handen, 'n stuipachtig teruggetrek om te houden wat ze hadden en waarop al zooveel guldens waren afbetaald. Maar Soonbeek, wit van venijn, woedde wat woorden van politie-halen er tusschen, en dadelijk kwam er smartelijke ontspanning in den krampgreep. Enkele der vrouwen snikten dan vooruit. Maar hij voelde zich geweldig en kende geen meelij. Wat zouên ze hèm niet gedaan hebben, in hun plaats ? — Soms liet ie zich door zoete