Kunstenaarsleven, eerste deel

Titel
Kunstenaarsleven, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1906

Overig
1ed 1906

Pagina's
282



266

neden is. 't Kostte anders maar een-gulden-tien, 't hoedje" perste ie er toch nog uit. — „Waffer hoedje ?" O ! nee-nee, meneer.... asjeblieft niet! — bangt weer 't postmannetje, nu wèg willend.

Soonbeek voelt z'n ingedrilde gehoorzaamheid aan 't vrouwtje. Hij gaat mee, begrijpt, dat ie niet verder mag gaan. Beneden, tusschen de dreiging der brandkasten, den geldklank en 't geroezemoes van straatdrukte, laat hij 'm vóór 't loketje 'n huur-koopkontraktje teekenen. Hij verlangt eerst de volgende week geld, en alles zal netjes naar huis gestuurd worden.

'n Week later loopt 't storm bij Soonbeek van allerlei soorten lui. Hij zit, op z'n hooge kantoorkruk inééngedoken, te genieten, te dampen, te luisteren naar volk voor z'n veilingzaak, en stil te berekenen.

Soms loopt ie als 'n dolle heen en weer, trap op, trap ai, gejaagd, alsof ie achternagezeten werd. De groote verkoop en de makkelijke winsten spelen 'm door 't hoofd. Hij vertrouwt z'n eigen aanteekeningen niet goed meer. Heeft ie wel alles precies berekend ? Niets te min genomen ? Klopt alles met zijn eigen boeken ? Er jaagt en scheurt een wroegende onrust in hem. 't krampt door z'n denken, z'n wimpers beven, 't Gaat tè mooi. Maar na een poos overgiert de pret, dat ie zoo kranig alles kwijt wordt, met groote winsten.

Zondag komt z'n groenteman, verlegen. Heel gemakkelijk overrompelt hij dezen groven, zwaren kerel, die in blossige schaamte op alles maar dadelijk ja zegt, uit gegeneerde schuwheid. Vier broeken koopt ie van 'm, zonder passen, zóó maar in 't wild gemeten ; tien paar katoenen handschoentjes voor z'n acht kinderen., maar 't zijn alle dezelfde nummers. ,,Hindert niet meneer, 't is bestig soo".... sulligt de verlegen zware vent, ,,'t sal wel passen."

Soonbeek heeft lol voor tien. Als ie zulke idioot-klanten meer kreeg ! Er bitst minachting in z'n stem tegen zoo'n lammeling. — Tóch hield hij meer van giftig dingen en kampen, van lui met sluwe monden en gierige, felle oogen; die met droge lippen gejaagd meèrekenen, of ze niet afgezet worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.