251
deed niets anders dan katalogi lezen, verslinden en kwam weken achtereen niet meer aan 't avondeten. — Maar alle verwijten, alle terechtzettingen liet hij over zich heen stormen voor de koortsige, de inwendig stille bloedingen dempende bevrediging van die veiling-passie.
Toevallig was hij eens door 'n paar kruiperig-beleefde makelaars naar 'n groote avondveiling meegetroond in ,,De Zon". — Hij was heelemaal niet van plan iets te koopen. Toen hij zich door de mensch-oppropping had heengedrongen, zag hij juist in bod een pendule-coupe, zooals bij hem er precies een in de achterzaal op den schoorsteenmantel stond. Hij schrok, toen hij hoorde hoe laag 't bijna afgehamerd werd. Met 'n halven gil schoot schril z'n stem 'n bod uit. Er werd óver geboden. Hij voelde zich steenbleek worden. Hij bood weer, gejaagd tegen z'n verlangen in. Wat moest ie 'r mee doen ? Nog 'n stel ? Hij wist 't zelf niet, maar iets brandends, heftigs en vlijmends in hem joeg hem voort. Na nog drie óverbiedingen klopte de hamer af. Hij zat er aan vast. — Soonbeek ! gilde hij weer half, in nog vreeslijke na-aandoening van angst, bij ieder kaartje, dat er opgedreven werd. Toch kreeg hij 't toegewezen voor 'n spotprijs in vergelijking met de uitgave van zijn stel thuis. De^bode, die de coupe opzij zette, vertrouwde hij niet goed. Maar uit de knelling van den menschenprop kon hij zich onmogelijk loswerken. Hij zocht naar 'n kenmerk, maar zag niets in de verte. — Na dit eerste bod blééf hij. De koophitte van den spekulant voelde hij weer door zich heengloeien. Hij kocht al meer, al meer, dingen, die hij heelemaal niet noodig had, maar toch hebben wou, omdat alles zoo verlokkend goedkoop ging. De vlammen sloegen hem 't gezicht uit. Hij stond weer half verkneld tusschen de menschen in. 't Was van allen kant één gretig gluren, één ophitsen, één bekamping op leven en dood, 'n dreiging en doodslaan met wat guldens méér. Dwars door de wulpsche en liederlij kste woordspelingen van 'n groep uitschot-handelaartjes, op alle voorwerpen ter verkoop aangesjouwd, spoog z'n gilstem bod op bod uit. Hij leefde op. Hij schokte en beefde van emotie. Hij voelde zich niet meer.