Kunstenaarsleven, eerste deel

Titel
Kunstenaarsleven, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1906

Overig
1ed 1906

Pagina's
282



247

Nu was de theorie van z'n denken, z'n voorstellingen en z'n sjacherend kombineeren aan de beurt: om te gaan leven heelemaal naar z'n innerlijke natuur en diepst-inwendig be-geeren. — Met geld moest alles te breken zijn, ieder geheim ontzegeld kunnen worden, als 't maar met opperste sluwheid en fijnheid van ondoorzichtig vernuft samenging. Hij haatte den smulbroer en toch zou hij hem te barsten laten eten, als hij er z'n nieuwsgierigheid mee kon bevredigen en z'n macht mee verdiepen. — Voor geld bukte alles, alles ! Dat wortelde onuitroeibaar in de kleinste daad, doorsnerpte 't geringste woord. Ieder hooghartig verzet, de pralerigste verdoeming van 't blanke slijk viel wèg bij 't koortsig gerinkel van goud, en iedere verwerper stortte tenslotte in krampen van aanbidding néér voor de demonentronie van mammon, die toch, met 'n zwarte vloek-tong, ontzaglijk, de zonden en de bloedvlekken van 't onreinste lichaam schoonlikte. —

Hij voelde onwrikbaar, dat men met geld de hoogste biecht, de angstige, van nood doorschreide biecht kon hooren, öpge-snikt uit de bangste menschenziel. Was er iets mooiers dan zoo'n biecht ? In alles drong je door! Hij hoorde bedrog, uitvlucht, vervalsching. Hij zag vernieling van geweten, vermoording van rust en genoegen. Hij zag bloot-stoeiing van verborgen driften. Hij hoorde bekentenissen van zwelgerijen, misdaden, verlagingen en meineedigheid. Voor z'n oogen leefden verderf en vergalling van alles wat met schijn-kuische monden van fatsoen en braafheid, zoo in 't algemeen gepraat, eerst lieflijk, voornaam en hooghartig, door diezelfde menschen vóór hun nood was uitgekald. — En als de biechteling zweeg, in angstige stameling, vergloeid van schaamte niet verder durfde, of verborg die zieke en fijne geheimen, waarop Soonbeek juist vlaste, die hij hooren wilde in alle bizonderheid, dan klonk even boven z'n hoofd de klam-angstige, geldrammelende hand van den voorschieter, en sprak in krampige trekken de vale biechtelingen-mond verder, al verder.

Met geld voelde Soonbeek zich sterk als een oorlogsschip, dat z'n kanongebulder voor de hongerige belegerden uit-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.