207
van z'n probeeren, van z'n weg willen duiken uit de dag-wereld, op te willen gaan in z'n eigen diepste aanschouwing en aanvoeling ; van z'n willen vangen het leven, dat in hem zong en droefde, als rondom, vlak bij z'n ooren, tierend geschreeuw en traprumoer hem omraasde en omstommelde ; als vlak voor z'n raam, op stoepen, kindergekrijsch uitscheurde en lawaaide, heele middagen door ; als plat pianogeroffel bij burgermenschen losbarstte avond aan avond en de vernederende, uitputtende kwellingen van kleine burgerlijke woninkjes over hem heen gesmakt werden met 't schijnnietig gepieker, gedwarsboom en 't onbewuste gesar van buren, zóó erg vaak, dat hij in mach-telooze woede 't uitstuipte en zich niet wist te keeren, met bevende razernij in de handen en huilsmart in de ziel, als hij zoo gemarteld werd, zoo pijn-hevig, en afgejaagd van wat hem 't liefste in 't leven was ?
Maurice vertelde Soonbeek, al vuriger en aangedaner van stem, wat ie leed onder dat banale rumoer, hoe 't in hem opkropte, een smart en een drift, die ééns fataal naar 'n uitweg moest zoeken. Hij vertelde hem, dat er zonder een aandacht-om-vleiende stilte bijna niet te werken viel voor niet één kunstenaar en dat het om te vloeken en te bulderen was, als je telkens door de nietigste ellendigheden uit iedere innige stemming öpgestooten werd door straatgekrijsch, door oneerbiedig gestoei en geharrewar van de jongens, door gehuil van Kareltje, door twisten van Frans met Louise. En daar tusschen in, opgejaagd door schuldenaartjes en krediteurtjes, dan uit dién, en dan weer uit anderen hoek. Hij wist wel, absolute werkrust was er voor een kunstenaar, die geen geld had om 'n afgezonderd huisje te laten bouwen, toch nooit te krijgen. Maar zooals hij het hier had door allerlei armoe- en gebreksoorten in huis, bleef het ontzettende foltering van 'n demonische wreedheid en wrange ellende. Dagen op dagen verprutste ie aan pietluttigen en vernederenden arbeid. Als Louise aanvallen van hevige zwaktepijnen kreeg, moest ze te bed en van zelf stond hij dan voor al 't huishoudgedoe met de kereltjes. Maar dan huilde, snikte, vlijmde de smart in hem! Want hij voelde