192
slechte vader !.. .. slechte vader !!.... Gekheid.... ze kosten je handen vol geld.. .. En als die zieltjes zoo mooi zijn.. .. waarom merk je daar dan later niets van, al ze groot zijn ?.. ja! hm! verklaart u dat eens.... legt u dat eens uit.... Ziel moest blijven, heelemaal blijven, niet ? niet ? niet ??.... Och, gekheid, opwinding.... aardige onzin, mevrouwtje, mevrouwtje ! gezwets mevrouwtje !.. .. frasen !.. .. Al dat gezoen en gestoei en gevrij en gesol met kinderen is allemaal aanstellerij.... overspanning.... je wordt er wee van! 't Is sentimenteel mevrouwtje, door en door.... aba !.. .. aba ! aba ! Bij mij thuis is 't de heele dag, — en hier maakte Soon-beek de pieperige ruziestem van z'n vrouw na, — Albert, 'n zoen.... Dora, 'n zoen.... wat 'n snoetje !.. .. wat 'n krulletjes !.. .. Dient je !.. .. 'n appel voor Albert.... Mietje, 'n peer voor de jongeheer.... Toos.... haal wat fijne fondant voor Dora.. .. Dien, geef wat roode koekjes uit de trommel.. wat 'n schat ! wat 'n schat ! Jan.... dat ben ik.... Jan, breng dit mee, Jan breng dat mee voor de kinderen ! En als ze groot zijn, lachen ze je uit !.... aba ! ja, hm ! ja ! ja ! 't Is schande ! schande.... praat m' er niet van.... Je hebt aan kinderen niets, hoegenaamd niets. Als ze klein zijn, kun je niet met ze praten en als ze groot zijn, gaan ze op je kop staan ! Neen ! streng zijn, ransel geven, tucht, tucht, tucht ! ! zooveel als 't maar kan. En geen zoetigheid, geen lievigheid.. .., geen zoetigheid.... Ik heb ook op m'n falie gehad.... heel veel op m'n falie.... en nooit 'n zacht woord.... ben er toch gekomen, toch gekomen.... toch gekomen ! Heb toch ook 'n spaarpotje gemaakt.... Ik voor me zelf zou wenschen, dat ik heelemaal geen kinderen had, was ik veel vrijer, veel vrijer! veel vrijer ! veel gelukkiger ! veel vrijer ! 't Zijn lastposten ! Maar geef ze ransel.... jaag er de schrik in.... tucht ! tucht ! dat is de halve opvoeding.
Maurice zweeg, voelde in zich weer woede aangloeien over 't brute, cynische en woeste gesnater van den bankier. Louise alleen bleef kalm, zei nog met zachte stem, alsof ze 'm komplimenteerde: