Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



84

ie niet meer gerekend had. Net of 't onweer ging wegdrijven. Om de kerels had ie rondgedrenteld, ze in z'n tel-rhytme: eentwéé, drie-viér, precies afmetend toegesproken, loopend en bewegend op maat, en hun allerlei kleinigheidjes aangereikt. Als. 't niet uitkwam met z'n tel, had ie 't precies weer overgedaan nóg eens en nog eens, tot ie 'r zelf misselijk van werd. Toen plots de lucht inkijkend, zag ie 't opklaren, 'n blauw plekje hier en daar. O ! wat voelde ie zich lekker opluchten. — Z'n borst weer loosde ademen. Ongevraagd, uit blijigheid, hielp ie goed mee, sprak ie druk, maakte grapjes uit zenuwachtige volheid, zonder dat de kerels 'r iets van begrepen. — Tellen dééd ie niet meer, voelde ie niet meer te moéten, nou 'r niks af te leiden was, weg te duwen viel uit z'n wurg-angst. —

Hoog stond de kar opgeladen, met z'n druipend groen en wortelenrood op 't weer eronder uitvonkend aardbeivuur, in valsch-fel lichtgoud en duister-dreigende wolkenhallen. De wind was gaan liggen. Dóf nog ruischten de kruinen. — Met stootduwen in geweldige spierspanning, schoften krommig ingedrukt, lijf schuin vóór bakken vracht, hand om karkruk geklauwd, zuchtend en ademuitpersend, 't hoofd rood gezwollen, z'n beenpezen in strammen span, scheef-jukkig de schouders naar achter gerukt, — zette Dirk de zware kar in beweging, bon-kerde ie, 't heele lichaam kreupel, ineengekrampt, kracht uit-stootend vóórt, over 't zandpad naar den weg, 'n jochie voorop dat met z'n rug naar de kisten aan de verleng-boomen meetrok. Aan de krukhaak sleepte Dirk nog mee, mandjes met selderie en pieterselie, geurend rond 't schokkerig wielgeraas. —

Vóór de kar uit, zwiepten lichtelijk de boomen, wiegden de aardbeibakken en telkens moest Dirk z'n kop bijzij de kistuit-stapeling buigen, om te zien waar ie reed. Guurt wou 't hel-pertje. dat even de kar zandpad had uitgetrokken, niet missen met den pluk, zoodat hij dubbel uit moest zien achter z'n berg-zware stapeling. Bij helling van den weg, leunde ie met gestrekte armen en kin, bloedloos uitgedrukt, öp de kisten, zwaar persend en hangend aan z'n kruk, loerend bijzij telkens, of ie nergens tegen opbonkte. Dan weer kromde ie z'n lijf in,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.