Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



82

als stortte straks 't heele uitspansel boven 'm in, op zijn kop neerdonderend, hem alléén verpletterend. Hij telde maar, z'n handen tot vuisten in z'n zakken gekneld : een-twéé, drie-viér, vaif-zès, tot tien, rhytmisch maniakaal, telkens heen en terug, van tien weer naar één, uit zenuwbange gejaagdheid, om iéts toch te doen, te dóén.... dat 't onweer afleiden kon, die bange, nare, donkere lucht. — 't Verveelde 'm, maakte 'm benauwder, dat tellen, en toch bleef ie 't doen... Hij moést 't doen heen en terug, in de benauwing. Plots voelde Gerrit, — bij dreigender hemeldonker, dat de akkers angstiger vergrauwden, — alsof ie in 'n wolkzee moest stappen en drinken, drinken, water, niets dan water. Hij lustte 't niet en toch moest ie drinken, drinken, tot ie z'n buik voelde zwellen, z'n darmen rammelen, z'n adem weghokken en warmtewaas voor z'n oogen nevelen. Dan inéén weer, telde ie van één tot tien — heen en terug, rhytmisch uitstootend : een-twéé, zooals ie 't eens een paar polderkerels had hooren uitzingen bij ophijschen van palen. En telkens voelde ie andere, angstige dingen. Nou weer alsof ze stroomen ijskoud water over 'm uitstortten. Hij rilde, snikte, z'n adem brak 'm in z'n keel, z'n rug verstijfde, net of z'n hart even bleef stilstaan, en hij stikken moest. — Hij voélde zich bleek zijn, akelig naar bleek, en telkens dacht ie 'r aan, of de regen, die 'r nou kwam, wel ooit zou ophouen. Of niet alles verstroomen ging, de heele wereld wegregende, dooreenspoelde, de lucht, de aarde, 't groen, 't land in de wolken en z'n huisje, z'n spullen, alles wég, alles door elkaar, één eeuwige, natte vuile warrel van verstroomende dingen. —

Heen en weer liep ie, dol-angstig als plots zoo vreemd z'n hart stil bleef staan. De kerels keken naar hem ; dat voelde ie wel. Toch wou ie zich goed houên, zorgen dat ze niet te veel van z'n angsten zien konden. Dat kwam nou altijd weer terug bij onweer, dat jaag-angstige, wurgend-angstige gevoel, dat onbestemd bange, alsof ie 'n moord had gedaan.— Hoe donkerder de lucht werd, hoe langer regen en bliksem wegbleven tusschen den droog-donkeren woesten windwarrel en het waai-bange boomgedruisch, dat golfde, golfde door de duistere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.