78
latten gerankt, donker-groen, tusschen de fijne, licht smaragden kleur van doppers en kapucijners. Als vastgegroeide reuze-spinnen, kroop 't loof van de sjalotjes de aarde uit, tusschen wat snijboonpaden. En jonge savooie- en spruitkool stond in weelde-groei, doorvreten van rupsen, in angstige wacht op uitdunning, heet-droog in de akkergloeiing.
Hier en daar, hoekten heele plekken vervreten als zeeftige bladeren, in citroen-gouden wond're pracht, sterfzang van loof, bloedrood bevlekt op stengels. In breeden kring reuzigde de rhabarber, zondoortinteld, om zich zelf 'n vleermuizigen scha-duwmantel trekkend met 't groen van z'n schulpend blad. Om vruchtboompjes heen, die stil-bloeiden in langzamen zwel van vruchtjes, bronzige peertjes, groenige appels en pruimen, kringden de bladzware rhabarbers. — Tusschen de rhabarberhoeken in, rankte óp, in rag-krulligen cier, als groene ruche de boerenkool, prachtig-donkere nuance van smaragd, tusschen het zeegroen van kroppen en doppers ; tusschen de lichte kleuringen van savooie planten, gelig-groen, late victorias, spruitkool en zomer-kropandijvie in. —
De kleurige zomerprei stond uitgeplant, zuiver om de lange schorseneeren, fel-groene sprieten glanzend in 't licht. In kleine zonnige hoekjes groende de fijn-wolkige fenkel, naast selderie en pieterselie, met z'n pijpige krulblaadjes als gefriseerd in 't zonnevuur. En scherp kruidde fenkelgeur uit, tusschen den lagen groei van vruchtboompjes, lommerige plekjes, waar dicht opéén, in warmen zonnekoester bloeiden al soorten gewassen. Zoo, in heeten broei, stoofden de aanééngehaagde tuinderijen, warme lichtdampende glanzen uit, als kleur-klate-ring in diep-lanige oranjerie, waar de zon in rooden brand-walm doorheen vlamt.
Van alle kanten droegen de werkers wortelenbossen aan, oranje gloed op 't fijne loofgroen, natgespoeld in de tobben en kuipen, en zilverparelend bij bergen op de bakken aardbei gesmakt. Tusschen wellustbloei van 't gewas, groei en heete rijping, holden de werkers heen en weer, in angstige jacht. — Achter 't groen verdoken, soms plots in 't warme zonlicht uit