Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



76

— Daa's net! most t'r ook vaif moal of.... heè?.... 'k hep nog boone sneeë, oarebaie plukt!.... sloa stoke.... wortel skoomoakt.... f'skeur dan je pampiere moar hee?....

Dirk gromde maar wat achter z'n groenen erwtenwand, loerde tusschen de dichtbebladerde rijzen uit, of ie t'met 'n puntje van d'r jak kon zien doorschemeren ; knakrukte, zacht rond-vingerend, toch sekuur, z'n doppers van de fijn-groene steeltjes, dat z'n handen kleefden van vocht. Guurt vlak achter 'm, ook zonder Dirk te zien, stapelde öp, in 'r boezelaar, knielde in moeilijken hurk, laag-zoekend, de vruchtjes tusschen het bladerenkroes en de ranke kronkels in, verwrongen bukkend en tastend onder dicht inééngegroeiden warrel van groen. Haar schoot zwol en 'r paf dik lijf zweette onder de zwaar-afhangende doppervracht, eng bewegend op 't gloeiheete zandpaadje, waar onkruid bij boschjes tusschen prikte. — Ouë Gerrit plukte met Piet, zacht-zoete fransjes voor de markt, die Dirk den volgenden dag mee zou nemen naar de stad. Twee kerels achter hen aan, wroetten en poerden van de aardbeien naar de kapucijners, wortelen en sla. Stapels kisten purperden en vlamden half uit en in de zon, telkens endjes verder versjouwd in zuchtenden til-zwoeg, naar de luwte. —־ Stom en geweldig in gesmoorde jacht ging de kniel en hurk van de werkers weer over de akkers en overal vlamde en purperde 't vuur van de aardbei, in slangekronkels langs 't lichtstuivende bladgroen van bedjes, heet rood en wond're brandende kleuren in zonnigen mist, broeierig gouden warmtenevel.

Bij Oom Hassel, vlak langs Kees, kroop kindergoedje van zes en zeven, pas aangekomen van verren aardappelenhoek in ,t duin. Hun smoezelige rokjes en broekjes schooierden dof en goor in den kleurdaver en dampende hitte, tegen den feilen schitter van de frisch-dauwvonkende groente aan. —

Aardappelenhoeken stonden in prachtigen öpgroei met d'r rose en witte bloeseming. 't Zilver-zijïge bladfluweel van tuinboo-nen, lag blank stroomend tusschen 't groen, in lange kronkellijn, aan één kant donzig bezilverd. En 't loof, ruischte en wiegde daar heel zacht, telkens donkergroen en zilver, als regenden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.