Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



70

in de handen, waar bronzige stofwolken onderuit stormden* over gekromde ruggen en ingebukte koppen van rooiers héen-warrelend in wilden stuif, dat al de werkers, momenten weg-gedampt vernevelden in 't bronzige stofgoud, langzaam weer bijtrokken als gestalten van énkel licht. —

Het licht, in koortsige wellustgamma's van kleurhitte, sloeg, schroeide, bazuin-dreunde om hen heen, tegen ze aan. — De laaiende zomerbrand regende z'n zonnevuur neer, rond en op de werkers, die groefden, groèfden en woèlden in den akkergrond ; in de gloei-heete aarde die hen teisterde en martelde. Als bij rooversstoet in oostersche sprook, ging er 'n graaf drift onder de stomme werkers, kampend tegen 't zonnevuur, om schatten te vinden, schatten op te delven, in koorts en jacht van arbeid, bang betrapt te worden door anderen. Knieën stramden en pijnden als in zweer, polsen en handen kreunden stil. Gezwollen kronkelden klauw-pezen, in bange paarse benauwing, en kreten van werkersgramschap stootten öp dat zwollen kop-aderen en slapen. Hun longenhijg trilde door de lucht als zachte zuchten van machienzuiger. Maar alles toch van hun ploeter smoorde tegen den grond, die uitbraakte brand van zand. Dieper graaiden hun pijnvingers, feller gloeiden hun polsen in de blakerende aarde, de aarde die zelf kreunde en kermde onder den zwarten zwoeg der mannen ; onder de orgieënde voluptueuse lichtrazernij, den heerlijken, goddelijken almacht-brand van zon.

Doffer in den grond smakten hun klonterende bollen in de-bakken en fonkelschalen en stiller schoven hun knieën vóórt door de heete voren, natrillend nog van hun lijfsvracht. —

Zóó, eiken dag rondom den pluk van aardbei en erwt, lag־ het bollenland in den gloeienden zwijmel van zomerbrand.

Eiken nieuwen dag om hen heen, met z'n uitzwijmelend bloemenvuur, gloeide in kleuren en glansen, bloedde in rood, goudde in warm geel als een reuzig goud-dampend kerkraam, van de aarde geheven, hoog en oneindig, tot in 't hel-lichtende azuur. Eiken dag in den brand van zijn eigen kleurengloed, verrees als 'n reuzig kathedraal-venster, met z'n scharlaken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.