Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



423

stallen wel bekennen, uitschreeuwen. Hij voelde dat ie strak-en-an zou uitkrijschen wie hij eigenlijk was. —- Dat ie al veertig jaar lang hier zoo gestolen had, z'n heel leven lang. En hij wou er bij schreeuwen dat ie 't nooit gedaan had om er lekker van te leven, maar dat ie 't moést, moést doen. — Toch schreeuwde ie nog niet, voelend dat 't dolheid was, als zij nog niet begonnen te verdenken. -— Eerst zou ie wachten, om te hooren wat Guurt zou zeggen, wie ie was, en de kerels. Maar die zwegen en 't relaas in officiëelen stijl, teemerig opgedreund, onverstaanbaar, zeurde dóór. — De knapen zwegen.

Ouë Gerrit zat verzonken achter den hoekigen magistraatsburgemeester. Nu en dan sluikte z'n oogenwit angstig naar hém op, bibberden z'n handen erger op z'n meewarig bijeengetrokken knieën. Ouë Gerrit dacht dat heel Wiereland toch te praat kwam, als ze 'm straks, tusschen de agenten zouen zien hangen,.. dat ie 't om de zorgen gedaan had ; alléén om de dolle zorgen.

Dirk keek 'm aan, z'n wijf keek 'm aan, strak, Guurt schreide en sidderde, en Piet liep heen en weer, in drift. Er most 'n end an korame.. Hij zou 't maar uitschreeuwen wie ie was.... Z'n angst steeg. Hij rilde, rilde voor de klaarstaande handen der helmmannen, om hem op te sleuren. Hij voelde zich als in 'n vlam staan zoo heet, dan inéén weer met water oversmakt, zoo rillig-kil en huiverig. En 't ergst was, dat ie voelde zich niet meer te kunnen tegenhouen met spreken, hij zich zelf moést aanklagen. Hij vervloekte zich nou, dat ie niet zwijgen kón, maar hij moést vertellen. — 't Was of een treiterig ik, in hem, nou eens sarrend wou laten zien met heet wraakverlangen, wat voor 'n schurk ie was; waar z'n spullen hokten en wat ie uitvoerde. — Maar telkens, nog sluikig opziend naar burgervader, staar-luiste-rend, voelde ie zich zelf weer verzwakken in eigen aanklacht; kreeg ie weer terug z'n eerste bangheid, weer sterken prikkel van zelfbehoud, zich-zelf wijsmakend, dat de zorgen 'm gek gemaakt, geteisterd hadden z'n heel leven lang. — Nee, hij zou niks, niks, zeggen.. Hij was nooit 'n dief, 'n dief geweest! Hij zou geen sterveling wat zeggen. Als 't nou Guurt, Dirk, Piet niet zei, en 't wijf niet, en Gods stem zou niet in één, mid-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.