388
kinderen, je hebt al met anderen over grond onderhandeld voor hun. Nou, die moeten dan maar voor jou werken en je hebt nog 'n duitje bij de Bekkema's.
— En 'n meid waarvan ze heel wat leelijks zeggen, bulderde dokter Troost hardvochtig en wreed-gulzig woest, dat hij Guurt niet te pakken kon krijgen.
— Lailiks.. lailiks segge, bitste ouë Gerrit weer, daa't segge hullie t'met van de heule waireld.. van uwès ook! dokter! van üwes ook !
Hij driftigde weer, vergetend z'n smeektoon van daareven.
— Kom Beemstra, maak 'r nou maar 'n eind an, hè ? zei Stramme van uit de hoogte, bang dat er nog iets tegen hem uitbraakte, waar burgemeester bij zat... Er is vergadering en't heeft geen nut langer....
— Zoo is 't.... ik heb er niets meer bij te voegen. Tot één November Hassel, en gaat 't dan niet, dan is de boel aan de paal! onherroepelijk ! adieu hoor! zie je te helpen! —
Ouë Gerrit was gebluft en nijdig naar de deur gestrompeld, .op z'n kousen, zacht, en de bulderstem van Dr. Troost hoorde ie achter zich schaterhoonen :... iets van stroopersras.... gemeen vollekie.. blijft gemeen vollekie !
Z'n klompen schoot ie aan op de mat, en vuisten in z'n jekkerzakken bijeengekrampt van drift, klos-sjokte ie de deur uit. —
Nou voelde ie pas, heel klaar dat ie verloren was voor goed, hij en z'n boel. — Het schrijnde, ziedde in 'm van huilende stikkende woede. — Dat tuig, had ie zich nou maar niet zoo vernederd, en de waarheid blijven zeggen. Want hij wist wel, hoe ze allemaal knoeiden met taxeeren en veilingen, en grond en verbouwing. Hoe ze duizenden en duizenden wonnen met hun spekulatie op pachtertjes ; met hun los geld, en voorschot en afrekening en rente. En éven helder, in z'n woede, voelde ie, dat de heele streek door hen vermoord werd, door de
slokops van grond en geld. Zij waren gedekt, ook bij hém____
Wat zoo lief helpen leek, werd dubbel en dwars door hun zelf betaald. En al armer werden zij, al meer konden zich op-