Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



376

sten voor 't weer; maar nooit nog was een zóó felle teistering, zoo vernielend, over prachtbloei van boonen heengegierd. — Ze schreiden de kerels, schreiden bij 't zien van hun gehavende rommelzooi, ze konden er niet van slapen, niet van eten. En ze praatten maar door, over zóó nooit geziene vernieling, alsof ze dat verlichtte. Ouë Gerrit werd beklaagd, zonder dat ie zelf 'n stom woord zei. Hij leefde nog in 'n stille, z'n eigen rust wegvretende woede-krizis, 'n stille inwendige bloeding van wraak. Ze hadden gedacht dat ie stapelgek zou worden ; tót Dirk en Piet, op den derden dag, bij hun overeind-zetten, van den gebroken rommel, den Ouë zagen uitbarsten in grien. — Vier millioen boonen had ie moéten leveren, voor de fabriek. Nou kon ie, met groote moeite, er misschien 'n paar honderd duizend halen.

Er schoot schriklijke duurte in 't gewas, maar 't gaf niets, redde weinig. — Dubbele hulpkrachten waren weer noodig bij 't overeindscharrelen, zoodat Kees geroepen werd door de kerels, zonder dat Ouë Gerrit 'n woord verzet had en z'n bijgeloof niet eens meer opleefde. —

In Ouë Gerrit lag angst te ontbinden. Hij wist zelf niet meer goed, wat te denken, wat te doen. Natuurlijk begreep ie, dat ie nou voor goed geknakt was, dat ie naar den notaris moest, vragen om uitstel voor alles. — Hij voelde iets heel bangs op 'm drukken, iets ergs dat gebeuren moést. — Natuurlijk begreep ie, dat ie van z'n land afgekieperd werd, z'n zoons als knechten bij 'n baasje heenkomen zoeken gingen, hij 'n krotje moest opsnorren voor z'n wijf en Guurt. Dat ie dan te rekenen had op steun van de jongens, en hij, dóódarm, — bij de Bek-kema's — zooals hij de nieuwelui óók bleef noemen — z'n paar centen als tuinman per maand bijverdiende ! Nou was 'r 'n tekort, dat ie in geen tien, geen twintig jaar meer kón bijspijkeren. — Van z'n boonen zoo goed als niets meer. Zijn appelen en peren afgewaaid, leeggestormd, geen cent. Zijn moffen-goed, z'n andijvie, zijn kooien, alles vernield, vernield. Kon ie maar weer wat huilen, zou ie wel bedaren, 't Was alles weer zoo donker, zoo zwart voor z'n oogen. Maar 't propte vast in 'm,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.