Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



368

— Ploas.. ploas ! teemde ze na, dadelijk, dadelijk weer vergetend. Woedend werd ouë Gerrit altijd om dat nabauwen, den laatsten tijd, omdat ie 'r weer wantrouwelijk, 'n slechtig-heidje, 'n schijnonnoozelheidje achter zocht. Want heèlemaal vertrouwen, wat z'n spullen in den kelder aanging, deed ie 'r toch nog niet. En eindelijk na nog 'r toegesnauwd te hebben, onder 't uitmaken van de lamp, dat ze zich niet verroeren zou, en maffen kon, zoo veel ze wou, was ie heengegaan. —

Tegen twaalf uur, bij z'n thuiskomst, zat z'n wijf nog roerloos in den hoek, ingeslonken op 'r stoel, voor 't raampje te suf-staren, opschrikkend even toen ze ouë Gerrit's scherpe stem hoorde. — Toch had ze geen vraag gedaan : of ie wegging of terugkwam. Ze kón ook niet, omdat ze niets begreep. —

Ze had 'r gezeten, in 't stikkeduister, vier uur moederziel alleen, zonder die alleenheid te beseffen. — In doffen mijmer om niks, 't hoofd volgeloeid van gillende oorsuizingen had ze gehuild, schokkerig, snikkend; dan plots weer stil, bang, haar bangheid niet beseffend, alleen voelend als 'n onbestemde angst in d'r lijf. — Ze had 't pikzwart om 'r heen gezien, pikzwart, en plots was'r soms'n lampiongloei achter haar raampje, onder lawaai en krijsch voorbijgeschoten. Dan schrok ze hevig, beefde ze, niet begrijpend wat 'r gebeuren ging. Zoo was ze vier uur alleen gebleven, in 't stik-warme avondkrotje, met 'n aschstinkende stoof onder 'r beenen uitgegloeid, — tot de Ouë inkwam, opgewonden, met razernij van voldanen hartstocht inz'noogen.— Hij had 't wel gedacht, dat ze niet aan de lamp zou raken, omdat ze 'm niet wist te vinden. En toch, nóg vertrouwde ie 'r niet! Maar dien avond blééf ie in gloeiende razernij. —

Vlak voor d'r neus stalde ie z'n gestolen rommel uit, en als 'n bezetene, lachte, huilde, vloekte ie van genot. Z'n spullen zoende, zoende ie, vóór haar oogen.

Vrouw Hassel zat weer te kijk-suffen, begroezeld in 't lamp-schuwe licht. D'r vervuild bruin japonnetje reepte op de borst open, en 'n vuil brok hemd slobberde 'r uit. Haar gedrochtelijke rimpelkop, vergroefd, stond groen-grauw, en 'r groezel haar flodderde uit d'r morsige scheef-gezakte steekmuts. Het geteis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.