356
van vrouwen uit laantjes om Duinwijk. En heel van vèr, onder de geschondene meiden in de woest-offerende vrijage, vergalmde :
— Aauw.. wat 'n ska-ande !
Ontzet, veraf, verreutelde de dronken strottenkrijsch van kerels, als 'n groot geschrei door den rood-geschroeiden nacht.