Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



291

op zich aanzwellen bij eiken nieuwen ruk en inbuig van 'r opzet. En rukken nu deed ie als 'n bezetene, dat de stangen kermden in de scharnieren, 'n Woeste zweeflol, 'n dolle zwier, niet voelend meer waar ie was, golfde door Dirk's handen en beenen; bloed spoot 'm naar den kop. En Geert genoot mee, in schom-melzwijmel, bang-heerlijk, hoog-wèg in heeten suizenden duizel, dan in de lucht, dan beneden, scherend den planken vloer, dat al meer gloeiende rillingen door 'r heensidderden. Al de meiden in de bootjes hitsten de kerels öp, hijgend, hooger-zwiepend de ranke sloepjes, tot plots, midden in den luchtzwijmel, de bel rinkelde, de rem-matroos vastgreep en in smakkend gerucht de luchtvaart gestuit stond in zachten wiegel.

— Wai blaife d'r.. blaife dr'! nog één ronde.... lekkere metroosie, 't is d'r soo ellendig lekker ! krijschte 'n lange meid, oranjegeel begloeid in valsch flambouwlicht, smakkend met tongpunt paljassig d'r heeten mond uit.

— Nog éénmaal dames, guitigde 'n mooie matrooshelper, met glurende oogen lachend tegen de knappe meiden, zoo maar voor 't uitzoeken. Snel de breed-bekraagde matroosjes, sprongen weer achter de bootjes, duwden tegen 't achterwerk der meiden, dat ze gierden en raasden van opwinding om de kriebelige duwen. —

En weer gingen in langzamen opzet, tegen elkaar, in vaart-zwiep de ranke sloepjes, schoten ze ver buiten tentfront de lucht in, boven het vloei-flakkerige stangenlicht, dat als 'n toortsenrij ,t spul in z'n bont-geel fa$ade-geschitter bevlamde in helle-gloed. En binnen in, langs de rood gevlagde wanden, bruiste licht, licht, stond koppen woeste drom meiden en kerels, öp en neer, in storm en slinger ; brasten de sloepen door een brand-vlammigen nevel van schijnsels. Dolle silhouetten schimden langs muren en tentdoek, en midden in knarsend geruk, giegel en gekrijsch, bleef dreun-deunen 't orgel, z'n kanaljeuzen strot ópen, waaruit éénzelfde trompettenschetter verbruide. — 't Kinder-matroosje aan den ingang, roffelde voor 't orgel-gebouw op z'n trommel, roffelde roffelde uit, de razende passie der schommelmeiden en kerels, één dof-rollende dreun van grommingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.