Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



277

buitenhurkenden. — Ontkleed boenden anderen zich op 't gras, tusschen en vóór de wagens, dierlijk naast elkaar krijscherig doorscheldend.

Van woelige Haven af, klonterden de karren en menschen in wriemel van kruipende kleuren, onder de drijvende stilte van polderlucht en land, eindloos wijd-om. Dichterbij ronkte de hurrie uiteen, verwalmde kachelstank en rook, rond stoetjes en rommelige wagenboedels. Onder de karwielen kropen al meer klierige kinders uit, met moddertronietjes, zwart-verbak-ken, als vervuilde duiveltjes zich opgravend uit aard-ingewanden. Tusschen de paardjes en trekhonden vochten ze, en één morsig groepje ranselde 'n vuil-zinlijk aapje, dat grijnsde en wild flikkerde met oogenwit, bij eiken mep en ruk aan z'n staart z'n hekserig rimpelkopje nijdig plooide, doorjeukend met z'n harige handen z'n luizige lijfje, bedacht tóch op iederen kinder-aanval.

Wild gekonkel ver-ratelde onder de kakelwijven, rauwe stemmen in alsoortig dialekt, Vlaamsch, Fransch, Duitsch en Am-sterdamsch woordgewarrel; spraak van wezens die in heete drift van samenbroei maand aan maand, elkaar al verstonden door stem-intonatie. Vloeken en dreigementen bulderden rond in plotsen overgang van zacht-vleierig gesprek, verdoffend in klankloos geteem.

Achter bassenden en jankenden hondenstoet lagen jonge meiden in luierkring op d'r buik, op 't heet-zonnige gras, de handen ingehaakt onder kin, met onderbeenen de lucht inzwabberend, zich naakt schoppend tot den rug. Ze begierden elkaar, groeven zich vuilnisbelten van zinlijke lol, stootten de handen onder de kaken wèg, dat hun tronies 't zengende gras insmakten. Ze beranselden elkaar in woesten stoei, dat hun flodderige lompen scheur-risten en kraakten van de half-naakte lijven. Los de haren over schouders en ontbloote borsten, droogden ze zich de zweettronies met d'r onderrokken of gore hemdfladders. — Een brandende woestijnige hette, schroeide over den meidenstoet in 't gloei-gras, dat schitter-vonkte en hei-groende. Een luiïge loomheid sufdutte dan plots weer in de snikheete Augustus-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.