Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



244

kaler, ten voeten uit, wat hoeven, tusschen rijzen, fel-bloot en aangevreten heet van zongloei, tégen den zengend-blauwen lichthemel. Eén ruisch van teer rose wuifde öp uit slingerlaantje van duizendschoon-boeketten. — Wat verder weer, heet-gebrand, kalk-blanke geveltjes aanéén, samengeschroeid in den zonnenden blink van licht, geel-okerige muurtjes, omstrooid, volgeworpen van boven tot onder, met goudgele, diep oranje-roode en bleek-purperen indische kers en goudsbloem. — Op zon-fel erfbrokje, dat achteruit openlag te zwijmen van hette, kronkelde wild geslinger van vlammezonnetjes, goudsbloementuil, wild en woest, heet tusschen grasgroen. Daar plots, drie huisjes bijéén, in brand van goudsbloem en kers. En tusschen de wond're ronde bedauwde blaadjes, het vlammige brio,, hoog langs de voorgeveltjes, in oranjerie-gloed, afkaatsend licht op vermorzeld, bemost rommelschuurtje er tegenover.

En heel eenzaam, bij 'n laag-glooienden duinhoek, zonde op, één geslonken verweerd hoevetje, 's winters bang gebombardeerd door storm en zomers verzengd, vervreten van zon, nü, om en öm bestrooid met zomerzonnige flox, paars-gloeiende en zoet-roode duizend-schoon ; kers en goudsbloem, slingers van blanke: windekelken, beschuimd van licht, wonder-stil omruischt van zondagsvroom. — En verderop, aan weerszij, de tuinen, de-tuinen met trosgloei van wonder-besjes, overal, overal, hei-rood, glazurend-rood, glanzig befonkeld en bezond, tusschen gouden schemerend lommergroen. En zacht onder 't struikgewas^ de aangroei van frambozen, dof purper, donzig en bleek nog. Zóó in eindeloosheid van stilte, blakerde de zondagochtend, achterland van 't stedeke, met z'n gaarden en vruchten, in purperig vergloeiend toovervuur.

Onverschillig de Hassels liepen door, vreemd zich voelend in hun stil gekraak van beschoende voeten, gewend aan klompklos en luwte van kousen. In 'n zwaai van den weg, belandden ze aan de haven en Dirk, met ouë Gerrit en Kees achterna, koerste al op 'n kroeg aan. Vol zat de herberg van biljarters־ en drinkers. Scherpe jeneverstank zuurde in 't lokaal en roezemoezig de opgemonterde tuinders en knechten, stemmeraasden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.