Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



234

ie d'r kwam di joar, al had ie skuld en skuld en nog erais skuld. Al stong ie d'r gloeiend lailek veur ! Moar wa nou ? most ie.. most ie op haide.. seure ?.. op haide ? d'r was nou rust.. rust, nou most ie kaike, kaike !

Dirk en Kees drentelden 'm voorbij. Ze vonden 't lekker de kerels, in den snikheeten Zondagochtend, stil en rustzalig lui, op 't land, zoo tusschen d'r eigen gewas en opgeknapten boel te slenteren.—Te koekeloeren naar de teelt; alles zien wat noodig was, en toch geen hand uitsteken. — Zoo leek 't puur genot adem te halen, midden in de landgeuren en 't zonnegoud.

De aardbei was in z'n grootsten haal gedaan. Er bleef nog wel eiken ochtend en avond wat te manden, maar nu weer gloeiden de bessen óp en de kruisbessen zwollen goud, en de dauw-doffe frambozen met hun heimweeïgen geur van rozen-zoet, purperden overal aan de struiken, tusschen 't groen. Ze hadden 'n mooien vruchtenhoek, waar zorgelijk rond gewied was. Voor den kerkgang van Ouë Gerrit, wouên ze met d'r drieën nog 'n straatje omslenteren. Dirk had al wat gebromd. De Ouë gooide z'n vuile jekker uit, liet zich door Guurt z'n spannend-plooïige zwart-lakensche jas brengen. Hecrig, met groenig fantaziehoedje op z'n zilveren krullen, in enge jas die stramde onder z'n armen, en over borst, kwam ie 't erf af, stijfgebarend en harkerig loopend, alsof z'n tikker bij eiken tred kón scheuren. Ze rookten alle drie, knepen kwijl-dotterige punten aan hun sigaren en de groenige morsige gebarsten handen, vereelt en doorpeesd in grauw valen tint van aardewroet, klauwden stijfjes onder de zondagsmouwen uit. Drie op 't rijtje, pas aan pas, ging de slenter door Droogeweg, achter-hoekschen tuin-wijk van Wiereland. —

Aan twee kanten, langs Droogeweg-laan, goud-fel doorzond, groende tuinderij op duingrond, hobbelig en hellend, hier en daar doorscheurd van woest-zanderige, kale brokken. —■ Jubel-blauwend straalde de hemel uit en 't zilvergrijs van wilgen en beukengroen langs de laankanten, trilde in feilen lichtstroom. Stil lag de zondag-weg, 't smalle rood-aarden pad doorsprankeld van zomer vuur en zonnevonken. — Aan weerszij, diep naar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.