217
als was ie met boter ingesmeerd; z'n geel haar droop zweetvet af in z'n nek, die dronkenrood zwol en branderig pijnde. Beving van martelende, gehinderde werkdrift zat er in z'n hoekige kaken en beving in z'n handen die persten en duwden, rolden en smakten. Even moest ie. half zittend, iiithijgen. De wind bleef joedelen rukkerig om z'n hoofd, stootte zwoelheete lucht -kolken over 't wagen-gevaarte. Ingekneld en verbroeid, met armen en beenen begraven onder 't hooi, voelde ie 'n loome bezwijming in 'm zakken, 'n heete koortsig-kruipende verlamming door z'n lijf. Zoete hooigeur en bloemdroesem stroomde méé met zwoele windvlagen, z'n hijgenden mond in. *—■ Zonnevuur blakerde z'n hersens, z'n schouders, z'n rug. Hij voelde zich als aan 'n spit gestoken, roosterend boven vlammenlik. —■ Heel de gloei van feilen zomerbrand ziedde zich uit op den gouden bergwagen. De hemel, wijd-hevig blauw, dampte tril-hitte uit. En tastend, vloekend, onrustig, en sarrend-speelsch in de snikwarmte, joeg de wind, floot ie z'n vlaagdeuntjes op doedelzak en spothoorns, dartelend en grillig; blies ie als ademhaal van 'n nijlpaard, pufte dan weer aan, kucherig en zwak, als hoest van 'n grijsaard, schaterde plots weer óp als wild stemmenkoor van jubelende cherubijntjes, meesliertend lieeten stroom van landgeuren uit klaver- en grcentevelden, tusschen brandenden warrel van stof. —•
Al loomer voelde Dirk bezwijming opkruipen in z'n lijf. Z'n handen beefden, z'n oogen loken, 'n Zachte neig, duizelig en slaperig-bedwelmend, omkronkelde 'm, soezelde en trok 'm in 't hooi. Hij voelde dat ie zich moest laten smakken tusschen de brandende rollen, in den zwijmel van snikhitte, windmartel en zwoel-geuren rondom. — Maar weer 'n heftige windvlaag schoot pal in z'n gezicht, frischte 'm éven óp, vergloeide erger daarna weer z'n oogen en hals, in blazende heete tochtvlagen. —
Zwaarder, lam-loomer waggelde ie voort op 't zengende hooi, strompelig en doodop.
Klein leek 't paardje onder hooigevaarte. Stil-suf in de hitte, stond 't mijmerend aan 't voorkrat, met zachten fladder van