212
gloei-hevig in barnendcn smoor, kon ie soms niet meer antwoorden, loom en versuft, op schreeuw en roep beneden. — Kees, nog zwaarder dan Dirk in worstel tegen windrukgesar, boorde morloos, in helsche werk-drift, z'n vork in 't hooi. Rond 'm, nu bij snellere vlagen, druisch-ruischten fladderend en warrelend, bossen van z'n vork. — Z'n kop zwol en zweetvet glom boterig op z'n slapen en wangen. Z'n oogen vlamden grauw, z'n scherpe mond perste lippenlijn op elkaar, nijdig, en mondhoeken winkelhaakten helsch en radeloos. Telkens moeër, greep ie naar 't versliertende hooi, dan hier, dan daar, aldoor uit andere hoeken verwaaiend. Woester boorde ie 'n stapel weer vast aan z'n steekvork, dat de steel trilde in z'n hand. Geweldig in ruk, zwaaide ie z'n vracht boven den kop, dat ie tot z'n schouders verdoken stond in den harigen gouden fladder. Weer joedelde wind in speelschen sar öm z'n vracht, plukte en sleurde eruit wèg, waaierde luchtigjes öp, dotten die nog half-gescheurd tusschen de tanden bleven hangen. Zonnige lichtwiegel speelde en sliertte rond langs den dijk, blonde dans van levend, springend, staand en kronkelend, liggend en schuifelend hcoi. — Kees' kort-blauwe schaduw op begrinten zon-barnenden dijk kromp in, onder z'n knerpend schuif-gestap naar de kar. En vloekend in zucht-diepen ademhaal harkte hij langs den Ouë, die bijeengriste wat te vèr wegwoei. Pal op z'n hersens, stookte de zon, en snikheet tusschen 't windzwoele in, vlamde 't licht uit, bekokend z'n handen en oogen. Z'n borst kreunde, kraakte rochelde adem uit in zwoeg, en z'n schonkige reuzigheid van schoften en lijf zwol onder de blauwe flapperkiel. In blinden scharrel, kop en schouders in vracht verzakt, stapte ie op de kar aan, smakte z'n golf hooi — toch nog vast op den vork — tegen den berg öp en schreeuwde beverig, armen krampend uitgestrekt :
— Hai je sain t'met ? —
Maar van heel anderen kant op den geweldig-uitheupenden gevaarte-wagen, die te zengen stond in 't zonnevuur, kwam Dirk aanwaggelen en öpwoelen uit 't hooi, schreeuwend onder 't intrampelen van rollen en verbouwing van hoeken :