Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



193

wat ouër, drensde mee in hurk, z'n hoofd op twee ellebogen gesteund, vingertoppen den mond ingeknauwd, met z'n helblauwe oogen, pijn-lang 't licht instarend. Maar dadelijk, als kreeg ze haar herinnering terug, viel vrouw Grint nijdig uit, dat 't nou dubbel en dwars mooi geweest was, joeg ze de duizelige kleinen met snauw en duw weer naar hun bedjes. Christientje werd aan 'r lange haren meegesleept door 'n drank-verhit jochie van acht, en gierend opgewonden, elkaar beklapperend op de billen, klauterde 't stoetje weer in de verbroeide slaaphokjes, die vol dampten van rook, walmden van snikheete, duf-druk-kende kamerbenauwing. —

De mannen joolden met Dirk mee, die plots van stommetje, in 'n vlaag 't drukst wierd van allen. Hij stoethaspelde en raaskalde, stoeide en sprong als 'n klown, strooide gepeperde moppen stotterend rond, flapte en stapte dat de meiden, verhitter, schik in den kerel kregen. — Z'n kop gloeide rood, z'n koeien-oogen glansden, en z'n chineesch-kakerige snuit keek sentimenteel. Piet zong schor, schold ieder uit, zoende vlak voor Willem Hassels tronie, de mooie Geert op d'r gloeiend-wulpschen mond en blank open halskuil, dat er vloeken en bedreigingen hurrieden tusschen de dronken knapen. Maar de meiden konkelden 't weer goed. Klaas Grint lachte er overheen en vuriger stoeiden de mannen dan weer, in haat en wrok, toch voor 't moment met elkaar verzoend.

Duffer broeide de avondkamer in voozen stofstank van gesloten vensters. Het raampje, met z'n geranium-vuur, bladergroen en fijn roodaarde, achter 't vergroezelende licht en vroom-groen horretje, waasde stil-gouïg tegen avonddiep duister van buiten, en elk ruitvakje verpeinsde eigen glansjes van tonige tintstilte, diep en wazig, 't Scheepje stond roerloos met 't ragge touwgeweef, en heel 't venstertje, gouïg aangegloeid in lampeglans, met z'n roodaarden blompotjes, bloemen-vuur, en groene twijgjes, ver-eenzaamde inniger achter geproest en schor stemgebrul, ver van 't burleske geschater, en schurend gegrinnik der dronken, dierlijke boerenkerels. Over bovenkant van half gezakt gordijntje holden en lolden schaduwbroklijven II. 13

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.