Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



53

Grint, moeilijk verstaand, z'n oor geheven als iuistertrechter, tegen den heeten herrieraas van stemmen in. Grint bepeuterde voorzichtiglijk z'n poonen, smakkerde bij brokken de vet-glim-mige blanke visch z'n mond in, sprak en vergierde schunnige moppen, dat z'n uitkauwsel, telkens tusschen z'n snaterende kaken opschemerde. Als 'n zaal, waarin rumoerige kakatoes op ׳eigen houtje krijschend konverseeren, dazelde stemmesnater rond. In al gamma's brulden, lolden, lachten menschenkelen, schorre, rauwe, zachte en weeke timbres dooréén. — Soms klonken er als schrei-geluid, kermende klanken; dan bulderde en donderde woordkrijsch uit, hevig en verhit in de mist-rookige kajuit. — Rink van den polder, slobberde jenever, door z'n scharrenmaal hèèn. Van uit z'n apigen knie-hurk, rookmistig omdampt, keek ie telkens flikker-scherpe kajuitsoogen in, die trilrige zonnekringen, wazig-vloeiend verspuiden tegen zoldergrauw. Eén balk-brok kreeg felsten stroom, waarop, in krinkelige rilling, als 'n zwabberende kurketrekker, 't licht invrat als wit vuur. Naast Rink, ingedrukt en bekneld van twee kanten, met mandwerk, stumperde 'n bochel, door z'n puntbult 'n end van bankwand afgeduwd. — Peinzend telde hij eiertjes. Zacht schuifelde z'n hand in 't strooien bed, en koelblank tusschen z'n groenig-vuile vingers, marmerden de eitjes, telkens teederlijk door 'm weg-gekoesterd in 't gouden stroo. Na koffieslurp voelden de kerels zich bijna in de stad, furiede zuiphartstocht öp. Overal rinkelden jeneverglaasjes, zogen de rooie dorstige kelen 't vocht in, vol wellust.

— Main segoar.... moar hardstikke swoar ! schreeuwde Dirk.

— Enne main nog 'n kats, veur sain sinte, grinnikte Grint op Rink wijzend.

Met acht kommen tegelijk, in balans-behendigheid deinde zacht de lange bediende door den rookmist heen, naar stijgenden boeghoek, al hooger onder de zoldering uitreuzend, in bukhou-•ding z'n kop op borst gedrongen, om zich niet te stooten. — Zwier-vlug deelde ie de kommen rond, tusschen de gretig-uitge-stoken handen. — Sterker klonk weer gelebber, smakking en ■dof eetgeronk. Klaterende roezemoes, gillerig en hoog, onder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.